‘hielspoor’

De diagnose ‘Hielspoor’ wordt vaak zonder goed echografisch onderzoek gesteld en is dan ook vaak een niet geheel juiste diagnose. Hielspoor is hielpijn door een kalkuitgroei van het hielbeen in de aanhechting van de peesplaat onder de voet. Dit is op een echo goed te zien. Maar soms is de hielpijn een ontsteking onder de hiel die de klachten veroorzaakt. Dit wordt peesplaatontsteking of fasciitis plantaris genoemd. Typische symptomen zijn pijn onder de hiel bij lang staan of lopen, of juist aan het begin van de belasting (opstaan uit bed). Ook kan op de echo een peesirritatie van de spieren van de voet die iets dieper aan het hielbeen vastzitten te zien zijn. Ook een verkalking ín de peesplaat kan goed gezien worden. Op de echo zijn ook de afwijkingen in de pees goed te zien; verdikking, afname van het collageen (de trekvaste vezels in de pees), verklevingen, verkalkingen, nieuw ingroei van bloedvaten, beschadigingen in de vet kussentjes in de voetzool etc. De behandeling is gericht op de juiste diagnose én de ontstaanswijze van de klacht. Zo is soms, afhankelijk van het echobeeld, een Strassborg sock, zelf massage met een balletje, een gel kussentje, aanpassing in het voetbed (zooltjes), ander schoeisel, rekking van de peesplaat, rekken van de achillespees, een andere sportbelasting, behandeling van de kuitspieren (massage, dry needling, rekken, excentrische oefeningen) van belang. Dit in combinatie met shockwave of EPTE (stroompje door de pees) die, afhankelijk van de diagnose, therapieën zijn die buitengewoon effectief zijn, meestal binnen 6 behandelingen. Deze therapieën vallen tegenwoordig binnen de vergoeding van de verzekeraars (als u aanvullend verzekerd bent). Nogmaals: de juiste behandeling kan alleen na het stellen van de juiste diagnose, mét echografisch onderzoek, waarna de juiste behandeling kan worden gekozen.

Startprobleem en (Achilles-) peesklachten?


In analogie met bijvoorbeeld een niet startende auto, dient bij een pees ook met adequate testen gekeken te worden naar de precieze oorzaak van de klachten. ‘Zomaar’ een startmotor vervangen heeft geen zin, er zijn bij een auto tientallen andere mogelijke oorzaken voor het ontstaan van de startproblemen.

Bij peesklachten (Achillespees, schouderpezen, kniepezen, voetzoolpees, tenniselleboog etc.) geldt hetzelfde. Uitgebreid echoscopisch onderzoek moet exact inzicht geven over de klacht en middels een zeer gecompliceerde beslisboom kan dan de juiste (combinatie) van therapieën worden gekozen.

Alleen dan zal behandeling effectief zijn. Zomaar een therapie- of oefeningenkeuze kan de klacht verergeren of zelfs desastreus voor de pees zijn.

Overigens zijn de startklachten (pijn bij opstaan) bij achillespezen vaak een gevolg van verkleving van het omulsel en de pees en met gerichte therapie zeer goed te verhelpen. Daarnaast zijn enkele van de tientallen afwijkingen die met echoscopie zichtbaar zijn aan de pees o.a. een verkalking, de kwaliteit van het collageen (trekvaste delen van de pees), degeneratie, bindweefselvorming, ingroei van bloedvaten, scheurtjes in de pees, slijmbeurs (ontsteking), aanhechtingsproblemen aan het bot etc. etc. Bij al deze diagnoses worden de juiste therapieën gekozen, bijvoorbeeld: Shockwave, EPTE (ondergeleide van een echo, het geven van een stroompje in de pees via een naaldje), specifieke oefeningen en trainingsvormen (thuis en in de oefenzaal), manuele therapie, Strassborg sock, massage, tapen, Dry needling etc. Dus: laat bij startproblemen uw auto door een deskundige monteur beoordelen, kies bij peesklachten een deskundige therapeut / echografist.

EPTE therapie

EPTE therapie bij (Achilles-)peesklachten

Héél lang geleden waren stroom therapieën een veel toegepaste vorm van fysiotherapeutische  behandeling op spieren en pezen. Toen de therapieën ‘wetenschappelijk’ getoetst werden, bleek de stroom maar in zeer beperkte mate de dieper gelegen pezen te bereiken. Nu is daarvoor een oplossing gevonden. U weet al dat echografie belangrijk is om het soort peesontsteking en de exacte locatie te kunnen diagnosticeren. Bij bepaalde ‘peesontstekingen’ blijft ShockWave de voorkeursbehandeling. Maar bij een bepaald type ‘peesontsteking’ is stroomtherapie  effectiever. Maar hoe kunnen wij nu die stroomvorm op exact de juiste plaats ín de pees toepassen. De moderne manier is EPTE therapie, wat neerkomt op het behandelen van de pees met een stroomvorm die via een dun (niet pijnlijk) naaldje, onder nauwkeurig toezicht onder het echo apparaat, exact op de juiste plaats in de pees wordt toegediend. De voordelen zijn dat de behandeling exact op de juiste plaats wordt toegediend en in enkele behandelingen al effectief is. Net als Shockwave, kan EPTE worden gegeven bij peesklachten aan de schouder, knie, achillespees, hielspoor en de tenniselleboog. Nogmaals eerst moet een goed echografisch onderzoek worden gedaan om de exacte soort type ‘peesontsteking’ vast te stellen, want met een goed echografisch apparaat kunnen vele verschillende soorten peesaandoeningen worden vastgesteld. Voor de goede orde, peesontstekingen worden naast met shockwave of EPTE óók met je juiste (excentrische) oefeningen en eventueel andere aanvullende fysiotherapeutische behandelingen behandeld. Zowel shockwave therapie als EPTE therapie worden door speciaal daarvoor opgeleide fysiotherapeuten gegeven, en hebben alleen optimaal resultaat na goed echografisch onderzoek waarbij zowel de exacte soort aandoening als de precieze locatie nauwkeurig kunnen worden bepaald.

Geluk 2.0

Bij het woord ‘geluk’ schieten mij meerdere gedachten te binnen. Mijn vriendinnetjes, mijn vrienden, het behalen van studie diploma’s, (de geboorte van) mijn kinderen, vakanties met het gezin, sporten, mijn patiënten succesvol behandelen, om er maar een paar op te noemen. Zo’n 25 jaar geleden kreeg ik vermoeidheidsverschijnselen en kwam daar door intensieve revalidatie in ruim 8 jaar weer bovenop. Een juiste diagnose werd niet gesteld. Terugkijkend, met de kennis van nu, ontwikkelde ik, door een genetische afwijking,  dichtslibbende kransslagaders rondom het hart. Mijn vader had hierdoor, ook zonder waarschuwingen vooraf, 10 jaar geleden bypass operaties moeten ondergaan. Bij mij was, ondanks uitgebreid cardiologisch onderzoek, niets afwijkends zichtbaar. Door mijn gezonde en sportieve levensstijl groeiden zgn. ‘collaterale bloedvaten’ om het hart om de situatie, in ieder geval tijdelijk, te ‘redden’. Mijn herstel ging verder in een sportieve levensstijl en een gezond leven. Ik heb die kennis veel met u, o.a. via deze column, gedeeld. De laatste maanden liep ik vele wedstrijden, waaronder op de Mont Blanc, verschillende ‘trails’, zeg maar natuurlopen met stevige uitdagingen (steile hellingen, modderpaden, rotsen etc.). Moe, maar met een gelukkig en voldaan gevoel, kwam ik over de finish. De laatste wedstrijd was een halve marathon in Lissabon, waar ik, naar ik toen meende door ‘warmtestuwing’ mij niet optimaal voelde. Mijn ‘voorgevoel’ vertelde mij dat ik na thuiskomst mijn bloed moest laten onderzoeken en daaruit bleek dat ik een fors hartinfarct had opgelopen en uit het navolgende onderzoek bleken afsluitingen van álle kransslagaders dat normaal gesproken tot zeer ernstige klachten had moeten leiden. Maar ik had geen klachten en toch bleken acute opname en een open hart operatie (net als bij mijn vader) op korte termijn noodzakelijk. Binnen enkele dagen moest ik dit verwerken en meermalen per dag werd mij verteld dat ik ‘geluk’ had gehad, alsof ik de loterij had gewonnen en wel met een aanzienlijk bedrag. Een week daarvoor nog was ik klachtenvrij, had de halve marathon uitgelopen, was wat moe en dan acute opname en ze gaan me openzagen, is dát nou ‘geluk’? Na de operatie herstelde ik voorspoedig en al snel raakte ik geïnteresseerd in het zoeken naar de primaire oorzaak van mijn dichtgeslibde kransslagaderen. Uit DNA onderzoek bleek dat een familiaire hypercholesterolemie (teveel LDL cholesterol in het bloed) de erfelijke oorzaak is. Ondanks dat ik waarden ‘binnen de norm’ had. Door een erfelijk tekort aan receptoren blijft teveel LDL cholesterol in het bloed, wat dichtslibben van de (kransslag)aderen veroorzaakt. Het is daarom een geluk dat ik deze wetenschap nu heb, zodat mijn kinderen zich kunnen laten testen en waarschijnlijk daardoor veel ellende kunnen voorkomen.  Dát noem ik nu geluk 2.0!

Een spierblessure, en wat dan?

Een spierblessure is een veelvoorkomend probleem. Hoe ga je hiermee om anders dan alleen maar ‘rust’?

Een spierblessure ontstaat vaak tijdens een (sport)inspanning en ‘schiet er in’.

Het is belangrijk te beseffen dat er verschillende spierblessures zijn te onderscheiden, ieder met zijn eigen aanpak. Een goede (sport-) fysiotherapeut zal u helpen in optimaal herstel.

Een kramp in de spier of delen daarvan, geeft geen langdurige klachten, maar is wel vaak een voorbode. Kamp behandel je aanvankelijk met rustig rekken, massage en eventueel een magnesium supplement. Het herstel is meestal in enkele dagen. Soms blijven vezels van de spier verkrampen (Triggerpoints?) en kan de klacht weer terugkomen of alsnog verergeren.

Een overrekking (strain) is een lokale pijn die langer blijft bestaan. Koel zo snel mogelijk. Na 24 uur kan warmte en massage worden gegeven. Het herstel is doorgaans binnen twee weken.

Een scheurtje in de spier kan klein of groot zijn en op een echo zichtbaar zijn. Eerst zo snel mogelijk koelen (interne bloeding stelpen). Daarna een drukverband of brace is dan wenselijk om de wondranden bij elkaar te houden, wat het herstel aanzienlijk versnelt én de vorming littekenweefsel (zwakke plek, kans op later opnieuw scheuren!) beperkt. Rust of crosstraining is dan wél wenselijk. Rekken niet! Het herstel duurt doorgaans ca. 6 weken.

Een beschadiging als deze kan ook tussen de spier en het omliggende bindweefsel (fascie) ontstaan. De pijn is dan vaak in een iets uitgestrekter gebied. Dán is rust en immobiliseren juist niet gewenst, maar moet (met geringere belasting) juist wel bewogen en gerekt worden om verklevingen te voorkomen. Een foam roller of zelfmassage met een balletje is nu wel raadzaam om de boel los te houden. Verwaarlozing van deze verkleving leidt tot steeds weer terugkomen van de klacht, een slechtere voedingstoestand van de spier en mogelijk (hierdoor) op termijn toenemende kans op een spierscheur (op echo zichtbaar).

Na het herstel van het weefsel zal het lichaam eerst met littekenweefsel de beschadiging ‘opvullen’. De vezels liggen dan nog niet gerangschikt in de richting van de krachtlijnen van de spier. In deze fase kan met dwarse mobilisaties of massage (fricties) én geleidelijk toenemende belasting het weefsel zich tot volledige trekkracht herstellen. Een controle echo zal dit bevestigen.

Hoe voorkom je een blessure? Rek regelmatig, zeker als de spier wat dreigt te verkorten of wat strammer aanvoelt (en dat weet je door te rekken!). Als je veel van de spieren vraagt (zware trainingen, wedstrijden) is af en toe een sportmassage raadzaam. Doe ook regelmatig wat (functionele) krachttraining voor de spieren. En… analyseer het ontstaan van de blessure, zodat je je niet twee maal aan dezelfde steen stoot.

Verklevingen en spierklachten

Om alle spieren (en pezen, de uiteinden van een spier) zit een fascie. Dit is een vliesachtig omhulsel, waarbinnen de spier vrijelijk kan bewegen. Tussen de spier en de fascie zit dan ook een laagje vocht dat het glijden gemakkelijker maakt. Dat vochtlaagje verzorgt ook een deel van de voeding van de spier en pees.

Zowel na overbelasting, zware ‘verzuring’, na een spierbeschadiging of gewoonweg door het ouder worden, ontstaat toenemende stugheid en verklevingen tussen de spier en of pees en dit ‘omhulsel’. Kenmerkend voor deze verklevingen zijn de stijfheid met name na (bed)rust, het weer soepeler worden na beweging en het onvermogen van het lichaam om te herstellen waardoor de klachten een blijvend karakter hebben (klachten langer dan 6 weken).

Bij deze verklevingen ontstaan niet alleen wrijvingsklachten en steeds weer beschadiging van de verkleving en weer vast gaan zitten na rust. Ook neemt de voedingstoestand van de spier af, waardoor naast de verkleving, het terugkomende ‘wondje’ en het littekenweefsel, ook een slechter herstellende spier of pees ontstaat. Dit kan de basis zijn van vele verschillende afwijkingen, zoals verkalkingen, scheurtjes, tendinosen en andere afwijkingen. Bij de achillespees en het omhulsel daarvan (peritendinon) worden die verbindingen ook gezien, maar dat leidt zeker niet altijd tot klachten. Het losmazige bindweefsel  (een soort ‘suikerspin’) tussen de pees en het omhulsel (peritendinon) is zelfs normaal aanwezig en bevat bloedvaten die de pees van bloed voorzien. Wanneer ontstaan die klachten dan wel? Als het losmazig-bindweefsel (‘de suikerspin’) zo dik en stug wordt dat sprake is van verklevingen én de spier of pees kwalitatief slechter wordt. Dit is met een goede echo zichtbaar te maken! De verklevingen kunnen overal voorkomen, niet alleen rond de achillespees, maar ook in de schouder (‘frozen shoulder’), in de kuitspieren en verklevingen tussen hamstrings en de fascia (achterzijde bovenbeen). Allereerst dient de juiste diagnose te worden gesteld (echo), waarna een gerichte behandeling succesvol zal zijn.

Cross trainer

Cross trainer

Als Sportfysiotherapeut adviseer ik veel atleten. Om blessures te voorkomen, of om snel te herstellen. Voor het snelle herstel van sporters adviseer ik vaak ‘alternatieve’ bewegingsvormen, ook wel cross-training genoemd, niet te verwarren met de in de sportschool veel gebruikte cross-trainer, u weet wel dat cardio-apparaat waar je een soort langlauf beweging op maakt.

Alternatieven  voor ontlasting van de benen zijn o.a. aquajogging en fietsen, al dan niet met een ondersteunende brace. Veel blessures komen voor in de gewicht-dragende gewrichten en de omliggende spieren, pezen en fascies (verklevingen tussen de spieren). Zo kwam ik op een cross-trainer , u weet wel… (zie boven), maar dan op een soort fiets zodat je ook in de buitenlucht kunt trainen. Ik deed onderzoek naar bestaande apparaten waarmee je een hardloop c.q. langlauf beweging op een fiets kon maken. Maar met een zo sterk mogelijk gelijkende beweging zoals bij het hardlopen, maar uiteraard zonder de zware impact op spieren en gewrichten. Maar ook uitdagend, voor de getrainde sporter! Ik vond eigenlijk maar 1 geschikte vorm van voortbewegen: De Elliptigo. Het is het enige apparaat waarbij de hardloopbeweging prima wordt geïmiteerd, zonder de zware impact op spieren en gewrichten. Dit is het ideale trainingsapparaat om de benen qua impact te ontzien (met name pezen, fascies, banden en kraakbeen) terwijl zowel cardio-vasculair (hart- bloedsomloop) als de spieren (contractiele delen daarvan) intensief worden gebruikt, overeenkomend met het (hard)looppatroon. Het is een ‘fiets’ waarop je hardloopt, maar qua conditieopbouw en impact op de geblesseerde onderdanen vergelijkbaar met een fiets. In de praktijk blijkt het een geweldig trainingsapparaat, ondanks de blessure kan je ‘voluit’ trainen, zonder conditieverlies. En het is nog leuk ook.

Dus: De Elliptigo imiteert de beweging van het hardlopen, maar de belasting op spieren, pezen en gewrichten is veel geringer. Prima tijdens de ‘revalidatie’ van een blessure, of bij een vol trainingsschema, waarbij je wel cardio-vasculair wilt trainen, maar niet intensief voor spieren en gewrichten. Ook als hersteltraining na een wedstrijd of zware training is de Elliptigo effectief, bijv. om afvalstoffen af te voeren en ‘verklevingen’ te voorkomen. Vandaar ook dat bij toplopers de Elliptigo in toenemende mate in het trainingsschema wordt opgenomen. Uitproberen? Zie run2go.nl

 

 

Atletiekbaan

Meerwaarde Atletiekbaan

In eerste instantie is de atletiekbaan de ‘thuisbasis’ voor atleten in algemene zin. Nagenoeg alle takken van de atletiek zijn nu in Zeewolde mogelijk, verspringen, hoogspringen, kogelstoten ach.. u kent ze wel, dé atletiekonderdelen. Atletiek Vereniging Zeewolde heeft ook een brede groep jeugdatleten, die nu eens niet beroep moeten doen op atletiekbanen in de omgeving. Zoals u weet juich ik elke vorm van lichaamsbeweging toe, dus ook atletiek, skeeleren en het schaatsen wat straks op de nieuwe baan, in de winter, mogelijk moet worden. Een grote groep sporters die gebruik kunnen maken van de atletiekbaan zijn de vele hardlopers (in atletiektermen: wegatleten) die Zeewolde rijk is. Ook de nu nog ‘zelfstandig’ trainende hardlopers kunnen profiteren van de atletiekbaan. Maar wát zijn nu die voordelen van een atletiekbaan voor hardlopers?  Elke hardloper weet dat zijn trainingen gevarieerd dienen te zijn: rustige duurlopen, (anaerobe) drempel trainingen, functionele krachttraining, korte of lange interval trainingen (1200-tjes), korte duurlopen, tempo-lopen, testlopen (Coopertest, 5000 m loop), om er maar een paar te noemen. De mooie omgeving van Zeewolde leent zich bij uitstek voor de lange (rustige) duurlopen. De dijk voor wat heuvel-trainingen of krachttraining (de talloze trappen de dijk op en af). Maar de andere trainingsvormen kunnen bij uitstek op een atletiekbaan worden gedaan. Denk aan ‘Yasso’s 800-tjes’ met 400 meter actieve rust tussendoor, of aan een aantal 1200 meter loopjes (drie rondjes) precies óp of iets bóven je anaerobe drempel; ‘de magische grens’. Of tempo-lopen die allemaal voor jou individueel zijn te berekenen (tabellen) en met sporthorloge of ‘lichthaas’ zijn uit te voeren. Dit zijn zéér goede trainingsvormen die uitermate goed op ‘de baan’ gedaan kunnen worden.  Uiteraard staat dit nog los van de (test-) wedstrijdjes die op de baan georganiseerd zullen worden. Hiermee kan je voortgang worden bepaald, maar vooral ook de trainingsintensiteit. Alleen al het bestaan van een atletiekbaan kan mensen bewegen te gaan sporten en zich bijv. bij een ‘opstartgroep’ aan te sluiten. Juist doordat deze mogelijkheden nu in Zeewolde aangeboden kunnen worden, zal dat de inwoners van Zeewolde kunnen stimuleren om weer of meer aan beweging te gaan doen. Kom kijken en… doen!

 

verklevingen rondom de pees

Verklevingen en spierklachten

Om alle spieren (en pezen, de uiteinden van een spier) zit een fascie. Dit is een vliesachtig omhulsel, waarbinnen de spier vrijelijk kan bewegen. Tussen de spier en de fascie zit dan ook een laagje vocht dat het glijden gemakkelijker maakt. Dat vochtlaagje verzorgt ook een deel van de voeding van de spier en pees.

Zowel na overbelasting, zware ‘verzuring’, na een spierbeschadiging of gewoonweg door het ouder worden, ontstaat toenemende stugheid en verklevingen tussen de spier en of pees en dit ‘omhulsel’. Kenmerkend voor deze verklevingen zijn de stijfheid met name na (bed)rust, het weer soepeler worden na beweging en het onvermogen van het lichaam om te herstellen waardoor de klachten een blijvend karakter hebben (klachten langer dan 6 weken).

Bij deze verklevingen ontstaan niet alleen wrijvingsklachten en steeds weer beschadiging van de verkleving en weer vast gaan zitten na rust. Ook neemt de voedingstoestand van de spier af, waardoor naast de verkleving, het terugkomende ‘wondje’ en het littekenweefsel, ook een slechter herstellende spier of pees ontstaat. Dit kan de basis zijn van vele verschillende afwijkingen, zoals verkalkingen, scheurtjes, tendinosen en andere afwijkingen. Bij de achillespees en het omhulsel daarvan (peritendinon) worden die verbindingen ook gezien, maar dat leidt zeker niet altijd tot klachten. Het losmazige bindweefsel  (een soort ‘suikerspin’) tussen de pees en het omhulsel (peritendinon) is zelfs normaal aanwezig en bevat bloedvaten die de pees van bloed voorzien. Wanneer ontstaan die klachten dan wel? Als het losmazig-bindweefsel (‘de suikerspin’) zo dik en stug wordt dat sprake is van verklevingen én de spier of pees kwalitatief slechter wordt. Dit is met een goede echo zichtbaar te maken! De verklevingen kunnen overal voorkomen, niet alleen rond de achillespees, maar ook in de schouder (‘frozen shoulder’), in de kuitspieren en verklevingen tussen hamstrings en de fascia (achterzijde bovenbeen). Allereerst dient de juiste diagnose te worden gesteld (echo), waarna een gerichte behandeling succesvol zal zijn.

spierblessure

Een spierblessure, en wat dan?

Een spierblessure is een veelvoorkomend probleem. Hoe ga je hiermee om anders dan alleen maar ‘rust’? Een spierblessure ontstaat vaak tijdens een (sport)inspanning en ‘schiet er in’. Het is belangrijk te beseffen dat er verschillende spierblessures zijn te onderscheiden, ieder met zijn eigen aanpak. Een goede (sport-) fysiotherapeut zal u helpen in optimaal herstel.

Een kramp in de spier of delen daarvan, geeft geen langdurige klachten, maar is wel vaak een voorbode. Kamp behandel je aanvankelijk met rustig rekken, massage en eventueel een magnesium supplement. Het herstel is meestal in enkele dagen. Soms blijven vezels van de spier verkrampen (Triggerpoints?) en kan de klacht weer terugkomen of alsnog verergeren.

Een overrekking (strain) is een lokale pijn die langer blijft bestaan. Koel zo snel mogelijk. Na 24 uur kan warmte en massage worden gegeven. Het herstel is doorgaans binnen twee weken.

Een scheurtje in de spier kan klein of groot zijn en op een echo zichtbaar zijn. Eerst zo snel mogelijk koelen (interne bloeding stelpen). Daarna een drukverband of brace is dan wenselijk om de wondranden bij elkaar te houden, wat het herstel aanzienlijk versnelt én de vorming littekenweefsel (zwakke plek, kans op later opnieuw scheuren!) beperkt. Rust of crosstraining is dan wél wenselijk. Rekken niet! Het herstel duurt doorgaans ca. 6 weken.

Een beschadiging als deze kan ook tussen de spier en het omliggende bindweefsel (fascie) ontstaan. De pijn is dan vaak in een iets uitgestrekter gebied. Dán is rust en immobiliseren juist niet gewenst, maar moet (met geringere belasting) juist wel bewogen en gerekt worden om verklevingen te voorkomen. Een foam roller of zelfmassage met een balletje is nu wel raadzaam om de boel los te houden. Verwaarlozing van deze verkleving leidt tot steeds weer terugkomen van de klacht, een slechtere voedingstoestand van de spier en mogelijk (hierdoor) op termijn toenemende kans op een spierscheur (op echo zichtbaar).

Na het herstel van het weefsel zal het lichaam eerst met littekenweefsel de beschadiging ‘opvullen’. De vezels liggen dan nog niet gerangschikt in de richting van de krachtlijnen van de spier. In deze fase kan met dwarse mobilisaties of massage (fricties) én geleidelijk toenemende belasting het weefsel zich tot volledige trekkracht herstellen. Een controle echo zal dit bevestigen.

Hoe voorkom je een blessure? Rek regelmatig, zeker als de spier wat dreigt te verkorten of wat strammer aanvoelt (en dat weet je door te rekken!). Als je veel van de spieren vraagt (zware trainingen, wedstrijden) is af en toe een sportmassage raadzaam. Doe ook regelmatig wat (functionele) krachttraining voor de spieren. En… analyseer het ontstaan van de blessure, zodat je je niet twee maal aan dezelfde steen stoot.