Trainingsleer simpel

Ik ben al vanaf mijn vroege jeugd een hardloper. Toegegeven, met intervallen.  In 1990 zo ongeveer begon ik vanuit mijn praktijk met een aantal loopgroepen (‘Verantwoord beginnen’), maar daarover meer in mijn volgende ‘Jubileum’ stukje.

Ik ben dus, ook beroepshalve, constant met trainingsleer bezig, heb een site gehad met naar mijn idee de beste inzichten om optimaal te trainen. Maar… ik heb het idee dat het niet werd begrepen. Zelfs nu (ik volg de atletiekunie trainerscursus), kan ik de eenvoud van enkele trainingsprincipes niet goed uitleggen. Termen als VO2 max, lactaatmeting, hartslagmeting om er maar een paar te noemen, maken het soms nodeloos ingewikkeld. Toegegeven, dankzij deze metingen en vele onderzoeksrapporten, hebben we een beter inzicht gekregen, maar het luisteren naar je lichaam blijft het belangrijkste. Een probleem is echter dat het een vreemde taal is waar het lichaam in spreekt, en soms heb je een ‘vertaler’(sportfysiotherapeut, trainer etc.) nodig om je lichaamstaal goed te begrijpen. Nu ben ik op het idee gekomen om een site te gaan maken onder het mom van ‘Hardlopen, Klip en Klaar’. Ik heb zelfs getracht een Jip en Janneke plaatje (hardlopend, hoe anders?) te mogen gebruiken. Helaas afgewezen. Toch heb ik het hardlopen en de training tot de essentie getracht terug te brengen. Tot ik doorsloeg en écht in Jip en Janneke taal begon te schrijven (eenvoud, korte zinnen, verbindingswoorden etc.) Wat vind u ervan?

Jannie gaat rennen.

Jannie loopt elke ochtend met mama naar school. En ’s middags weer terug. Mamma is ziek! Jannie loopt alleen naar school. Wel wat saai. Terug naar huis gaat ze rennen ‘tot de volgende boom’ zegt Jannie tegen zichzelf. Jannie moet hijgen. Daarna zegt ze: ‘tot de hoek van de straat’. Ze loopt zo hard als haar beentjes haar kunnen dragen. Na een paar weekjes kan ze het hele stuk naar huis in één keer rennen. Gelukkig had ze een extra boterham met kaas gegeten. Een paar weekjes later gaat ze langs het huis van oma rennen. Oma woont aan de andere kant van het dorp, maar dat is niet erg. ‘Dag Oma!’ Oma zwaait terug. Die lieve oma. Oma kan niet rennen. ‘Oma is al 50 hoor!’