Het ‘karrenspoor’

Het ‘Karrenspoor’

Een gewricht moet beweging mogelijk maken. De omliggende spieren zorgen voor beweging en stabiliteit in het gewricht. Het gewricht zelf bestaat doorgaans uit twee botstukken, bekleed met kraakbeen en een vloeistof ertussen die zowel voor ‘smering’ (verminderde wrijving) als voeding van het kraakbeen moet zorgen. Een gewricht wat niet beweegt (door inactiviteit of door vastzitten) gaat in kwaliteit achteruit. Het kraakbeen wordt kwalitatief slechter en de wrijving neemt toe, hij wordt stijver. En stijfheid leidt weer tot minder beweging en verdere afname van de voeding en dus de kwaliteit van kraakbeen, zodat een basis voor ‘slijtage’ ofwel artrose wordt gevormd. Een andere eis die het gewricht stelt is dat de beweging in het gewricht volgens een juist patroon wordt gevolgd. Bij de knieschijf die bij het buigen en strekken in een ‘richel’ van het bovenbeen beweegt is het belangrijk dat die knieschijf recht door die richel glijdt (‘goed spoort’). Bij bijvoorbeeld teveel naar buiten trekken van de knieschijf ontstaat ‘puntbelasting’ op het kraakbeen en beginnen klachten die, mits niet goed herkent, leiden tot ‘slijtage’. Een ander voorbeeld van ‘sporen’ is de beweging in het bekkengewricht, tussen de bekkenhelften en het heiligbeen, grofweg bij de kuiltjes in de overgang tussen uw lage rug en bekken. Deze gewrichten worden wel de SI-gewrichten genoemd. Toen ik ruim 30 jaar geleden in Zeewolde mijn praktijk begon waren de regionale orthopeden niet bekend, laat staan overtuigd van het belang van dit gewricht. Inmiddels is de beweging in dit gewricht bekend en geaccepteerd, maar nog steeds wordt het belang niet voldoende erkend. Waarschijnlijk mede omdat de beweging nooit zichtbaar is te maken met röntgenfoto’s of MRI en het voelen van de beweging in dit gewricht alleen door ‘experts’ is te beoordelen. Het SI gewricht heeft bij onze geboorte vrij ruwe kraakbeen oppervlakten. Door het bewegen (kruipen, lopen ect) ontstaat in de loop van onze jongste jaren een richel in het gewrichtsvlak, een soort ‘karrenspoor’. Door een verkeerde beweging (bukken, draaien) én spieren die op dát moment voldoende stabiliteit geven, kan het SI gewricht vast gaan zitten, zeg maar scheef in het ‘karrenspoor’. Een goede manueeltherapeut kan het SI gewricht weer ‘in het spoor’ brengen. Waarna de klachten doorgaans in drie behandelingen verdwijnen. Als dat niet gebeurt dan zal het verwrongen en geblokkeerde SI gewricht onherroepelijk leiden tot overbelasting van een bovenliggende tussenwervelschijf (wat tot een hernia kan leiden), chronisch rugpijn veroorzaken, of (vooral bij sporters) tot klachten in de romp en bovenbeenspieren (o.a. de hamstrings) leiden. Het behandelen van de spieren of zelfs ‘de rug’  alleen is niet zinvol als niet de oorzaak wordt weggehaald. Dit door los te laten maken, de juiste oefeningen te doen én meer te bewegen!