Die spoort niet

Regelmatig zien wij patienten waarbij een diagnose gesteld is, maar een duidelijk beeld van het ontstaan van de klachten ontbreekt. Zonder deze informatie is goed behandelen niet mogelijk. Daarom is het belangrijk niet alleen een diagnose te stellen, maar vooral ook de oorzaak van die klacht. Als voorbeeld de ‘chondropathie patellae’. Het gaat hier om een verruwing c.q. beschadiging van het kraakbeen aan de achterzijde van de knieschijf. Kenmerkend zijn de creptiaties (kraken/ zanderig gevoel) tijdens het buigen of strekken, de pijn rondom of achter de knieschijf en vaak ook pijn bij het zitten met gebogen knieen (‘theaterknie’).

De diagnose is dus vrij eenvoudig te stellen. De behandeling is veel ingewikkelder en afhankelijk van de ontstaansgeschiedenis. Dus bij eenzelfde diagnose kunnen tientallen verschillende behandelingen gegeven worden, al dan niet met het gewenste resultaat. Standaard behandeling bestaat niet, die is immers afhankelijk van de oorzaak. Zo kan de knieschijf niet goed door het ‘gootje’ van het bovenbeen getrokken worden, bijvoorbeeld door verkorting van de peesplaat aan de buitenzijde van het been (tractus iliotibialis), of door een verzwakking van de spieren die de knieschijf naar binnen trekken (vastus medialis obliques), maar ook overstrekking van de knie, slechte stabiliteit, standsafwijkingen (voetgewelf?) Dragen allemaal bij aan het ontstaan van de klacht en dienen dus gecorrigeerd te worden. Soms met een speciale tapetechniek (verschillende technieken!), soms met een brace (de ene  werkt wel, de ander averechts), en vooral specifieke oefeningen voor specifiek dié knie bij dié patient. Standaardprotocollen bestaan niet, net zo min als standaard knieen.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *