Bewegings-apparaat

Onder bewegings-apparaat verstaan we het samenspel van spieren, pezen en gewrichten. Want bij het bewegingsapparaat leven ‘het bieden van stabiliteit’ (hoe steviger hoe beter) en ‘het toestaan van beweging’ (hoe soepeler hoe beter), op gespannen voet met elkaar. Bij klachten aan het bewegingsapparaat wordt de beeldvorming zoals een röntgenfoto of MRI als ‘gouden standaard’ beschouwd. Dat is echter slechts voor een beperkt aantal aandoeningen terecht, zoals bij de verdenking op een botbreuk. Maar wat deze beeldvormende technieken niet laten zien is… beweging! Alleen een goede onderzoeker die het ‘in zijn vingers’ heeft, zal bij een onderzoek heel exact beweging kunnen vaststellen, maar ook de kwaliteit van de beweging; verloopt de beweging in de goede richting?, vindt er ‘nevenbeweging’ plaats?, hoe is het ‘eindgevoel’?, hoe is de kwaliteit van het kraakbeen?, kortom wat is de kwaliteit van het bewegen van een gewricht? Dit onderzoek is noodzakelijk en onderscheidend van beeldvormende technieken in bijvoorbeeld blokkeringen van een gewricht (bijv. het SI gewricht). Ook een discopathie, zeg maar het voorstadium van een ‘hernia’, is handmatig te beoordelen (o.a. de verhouding tussen de rotatiecomponent en de translatiecomponent). Het voelen van de exacte bewegingen tussen, en de stand van, de wervels is alleen ‘handmatig’ vast te stellen. Het beoordelen van het ‘spierspel’ rondom een (wervel) gewricht is te voelen tijdens beweging. Ook het ‘opstropen’ van de spier of pees in een schoudergewricht bij het heffen van de arm is goed te voelen, hoewel echografie hierbij een positieve uitzondering is , want tijdens de beweging is met een goede echo te zien hoe de ‘kop in de kom’ beweegt. In ál deze voorbeelden is de beeldvorming middels röntgen of MRI niet van meerwaarde boven, maar zelfs ondergeschikt aan een goed handmatig onderzoek door een ervaren gespecialiseerd deskundige. En alleen dán is een goede diagnose mogelijk, En alleen dán is goede behandeling mogelijk!