Cross trainer

Cross trainer

Als Sportfysiotherapeut adviseer ik veel atleten. Om blessures te voorkomen, of om snel te herstellen. Voor het snelle herstel van sporters adviseer ik vaak ‘alternatieve’ bewegingsvormen, ook wel cross-training genoemd, niet te verwarren met de in de sportschool veel gebruikte cross-trainer, u weet wel dat cardio-apparaat waar je een soort langlauf beweging op maakt.

Alternatieven  voor ontlasting van de benen zijn o.a. aquajogging en fietsen, al dan niet met een ondersteunende brace. Veel blessures komen voor in de gewicht-dragende gewrichten en de omliggende spieren, pezen en fascies (verklevingen tussen de spieren). Zo kwam ik op een cross-trainer , u weet wel… (zie boven), maar dan op een soort fiets zodat je ook in de buitenlucht kunt trainen. Ik deed onderzoek naar bestaande apparaten waarmee je een hardloop c.q. langlauf beweging op een fiets kon maken. Maar met een zo sterk mogelijk gelijkende beweging zoals bij het hardlopen, maar uiteraard zonder de zware impact op spieren en gewrichten. Maar ook uitdagend, voor de getrainde sporter! Ik vond eigenlijk maar 1 geschikte vorm van voortbewegen: De Elliptigo. Het is het enige apparaat waarbij de hardloopbeweging prima wordt geïmiteerd, zonder de zware impact op spieren en gewrichten. Dit is het ideale trainingsapparaat om de benen qua impact te ontzien (met name pezen, fascies, banden en kraakbeen) terwijl zowel cardio-vasculair (hart- bloedsomloop) als de spieren (contractiele delen daarvan) intensief worden gebruikt, overeenkomend met het (hard)looppatroon. Het is een ‘fiets’ waarop je hardloopt, maar qua conditieopbouw en impact op de geblesseerde onderdanen vergelijkbaar met een fiets. In de praktijk blijkt het een geweldig trainingsapparaat, ondanks de blessure kan je ‘voluit’ trainen, zonder conditieverlies. En het is nog leuk ook.

Dus: De Elliptigo imiteert de beweging van het hardlopen, maar de belasting op spieren, pezen en gewrichten is veel geringer. Prima tijdens de ‘revalidatie’ van een blessure, of bij een vol trainingsschema, waarbij je wel cardio-vasculair wilt trainen, maar niet intensief voor spieren en gewrichten. Ook als hersteltraining na een wedstrijd of zware training is de Elliptigo effectief, bijv. om afvalstoffen af te voeren en ‘verklevingen’ te voorkomen. Vandaar ook dat bij toplopers de Elliptigo in toenemende mate in het trainingsschema wordt opgenomen. Uitproberen? Zie run2go.nl

 

 

Atletiekbaan

Meerwaarde Atletiekbaan

In eerste instantie is de atletiekbaan de ‘thuisbasis’ voor atleten in algemene zin. Nagenoeg alle takken van de atletiek zijn nu in Zeewolde mogelijk, verspringen, hoogspringen, kogelstoten ach.. u kent ze wel, dé atletiekonderdelen. Atletiek Vereniging Zeewolde heeft ook een brede groep jeugdatleten, die nu eens niet beroep moeten doen op atletiekbanen in de omgeving. Zoals u weet juich ik elke vorm van lichaamsbeweging toe, dus ook atletiek, skeeleren en het schaatsen wat straks op de nieuwe baan, in de winter, mogelijk moet worden. Een grote groep sporters die gebruik kunnen maken van de atletiekbaan zijn de vele hardlopers (in atletiektermen: wegatleten) die Zeewolde rijk is. Ook de nu nog ‘zelfstandig’ trainende hardlopers kunnen profiteren van de atletiekbaan. Maar wát zijn nu die voordelen van een atletiekbaan voor hardlopers?  Elke hardloper weet dat zijn trainingen gevarieerd dienen te zijn: rustige duurlopen, (anaerobe) drempel trainingen, functionele krachttraining, korte of lange interval trainingen (1200-tjes), korte duurlopen, tempo-lopen, testlopen (Coopertest, 5000 m loop), om er maar een paar te noemen. De mooie omgeving van Zeewolde leent zich bij uitstek voor de lange (rustige) duurlopen. De dijk voor wat heuvel-trainingen of krachttraining (de talloze trappen de dijk op en af). Maar de andere trainingsvormen kunnen bij uitstek op een atletiekbaan worden gedaan. Denk aan ‘Yasso’s 800-tjes’ met 400 meter actieve rust tussendoor, of aan een aantal 1200 meter loopjes (drie rondjes) precies óp of iets bóven je anaerobe drempel; ‘de magische grens’. Of tempo-lopen die allemaal voor jou individueel zijn te berekenen (tabellen) en met sporthorloge of ‘lichthaas’ zijn uit te voeren. Dit zijn zéér goede trainingsvormen die uitermate goed op ‘de baan’ gedaan kunnen worden.  Uiteraard staat dit nog los van de (test-) wedstrijdjes die op de baan georganiseerd zullen worden. Hiermee kan je voortgang worden bepaald, maar vooral ook de trainingsintensiteit. Alleen al het bestaan van een atletiekbaan kan mensen bewegen te gaan sporten en zich bijv. bij een ‘opstartgroep’ aan te sluiten. Juist doordat deze mogelijkheden nu in Zeewolde aangeboden kunnen worden, zal dat de inwoners van Zeewolde kunnen stimuleren om weer of meer aan beweging te gaan doen. Kom kijken en… doen!

 

verklevingen rondom de pees

Verklevingen en spierklachten

Om alle spieren (en pezen, de uiteinden van een spier) zit een fascie. Dit is een vliesachtig omhulsel, waarbinnen de spier vrijelijk kan bewegen. Tussen de spier en de fascie zit dan ook een laagje vocht dat het glijden gemakkelijker maakt. Dat vochtlaagje verzorgt ook een deel van de voeding van de spier en pees.

Zowel na overbelasting, zware ‘verzuring’, na een spierbeschadiging of gewoonweg door het ouder worden, ontstaat toenemende stugheid en verklevingen tussen de spier en of pees en dit ‘omhulsel’. Kenmerkend voor deze verklevingen zijn de stijfheid met name na (bed)rust, het weer soepeler worden na beweging en het onvermogen van het lichaam om te herstellen waardoor de klachten een blijvend karakter hebben (klachten langer dan 6 weken).

Bij deze verklevingen ontstaan niet alleen wrijvingsklachten en steeds weer beschadiging van de verkleving en weer vast gaan zitten na rust. Ook neemt de voedingstoestand van de spier af, waardoor naast de verkleving, het terugkomende ‘wondje’ en het littekenweefsel, ook een slechter herstellende spier of pees ontstaat. Dit kan de basis zijn van vele verschillende afwijkingen, zoals verkalkingen, scheurtjes, tendinosen en andere afwijkingen. Bij de achillespees en het omhulsel daarvan (peritendinon) worden die verbindingen ook gezien, maar dat leidt zeker niet altijd tot klachten. Het losmazige bindweefsel  (een soort ‘suikerspin’) tussen de pees en het omhulsel (peritendinon) is zelfs normaal aanwezig en bevat bloedvaten die de pees van bloed voorzien. Wanneer ontstaan die klachten dan wel? Als het losmazig-bindweefsel (‘de suikerspin’) zo dik en stug wordt dat sprake is van verklevingen én de spier of pees kwalitatief slechter wordt. Dit is met een goede echo zichtbaar te maken! De verklevingen kunnen overal voorkomen, niet alleen rond de achillespees, maar ook in de schouder (‘frozen shoulder’), in de kuitspieren en verklevingen tussen hamstrings en de fascia (achterzijde bovenbeen). Allereerst dient de juiste diagnose te worden gesteld (echo), waarna een gerichte behandeling succesvol zal zijn.

spierblessure

Een spierblessure, en wat dan?

Een spierblessure is een veelvoorkomend probleem. Hoe ga je hiermee om anders dan alleen maar ‘rust’? Een spierblessure ontstaat vaak tijdens een (sport)inspanning en ‘schiet er in’. Het is belangrijk te beseffen dat er verschillende spierblessures zijn te onderscheiden, ieder met zijn eigen aanpak. Een goede (sport-) fysiotherapeut zal u helpen in optimaal herstel.

Een kramp in de spier of delen daarvan, geeft geen langdurige klachten, maar is wel vaak een voorbode. Kamp behandel je aanvankelijk met rustig rekken, massage en eventueel een magnesium supplement. Het herstel is meestal in enkele dagen. Soms blijven vezels van de spier verkrampen (Triggerpoints?) en kan de klacht weer terugkomen of alsnog verergeren.

Een overrekking (strain) is een lokale pijn die langer blijft bestaan. Koel zo snel mogelijk. Na 24 uur kan warmte en massage worden gegeven. Het herstel is doorgaans binnen twee weken.

Een scheurtje in de spier kan klein of groot zijn en op een echo zichtbaar zijn. Eerst zo snel mogelijk koelen (interne bloeding stelpen). Daarna een drukverband of brace is dan wenselijk om de wondranden bij elkaar te houden, wat het herstel aanzienlijk versnelt én de vorming littekenweefsel (zwakke plek, kans op later opnieuw scheuren!) beperkt. Rust of crosstraining is dan wél wenselijk. Rekken niet! Het herstel duurt doorgaans ca. 6 weken.

Een beschadiging als deze kan ook tussen de spier en het omliggende bindweefsel (fascie) ontstaan. De pijn is dan vaak in een iets uitgestrekter gebied. Dán is rust en immobiliseren juist niet gewenst, maar moet (met geringere belasting) juist wel bewogen en gerekt worden om verklevingen te voorkomen. Een foam roller of zelfmassage met een balletje is nu wel raadzaam om de boel los te houden. Verwaarlozing van deze verkleving leidt tot steeds weer terugkomen van de klacht, een slechtere voedingstoestand van de spier en mogelijk (hierdoor) op termijn toenemende kans op een spierscheur (op echo zichtbaar).

Na het herstel van het weefsel zal het lichaam eerst met littekenweefsel de beschadiging ‘opvullen’. De vezels liggen dan nog niet gerangschikt in de richting van de krachtlijnen van de spier. In deze fase kan met dwarse mobilisaties of massage (fricties) én geleidelijk toenemende belasting het weefsel zich tot volledige trekkracht herstellen. Een controle echo zal dit bevestigen.

Hoe voorkom je een blessure? Rek regelmatig, zeker als de spier wat dreigt te verkorten of wat strammer aanvoelt (en dat weet je door te rekken!). Als je veel van de spieren vraagt (zware trainingen, wedstrijden) is af en toe een sportmassage raadzaam. Doe ook regelmatig wat (functionele) krachttraining voor de spieren. En… analyseer het ontstaan van de blessure, zodat je je niet twee maal aan dezelfde steen stoot.

Exacte diagnostiek noodzakelijk

Exacte diagnostiek is noodzakelijk

In de fysiotherapie zijn een aantal behandelmethoden die vroeger gebruikt werden bij nader onderzoek niet (voldoende) effectief gebleken. Denk aan vormen van elektrotherapie en andere apparaten. Met ruim opgezette onderzoeksmethoden is bij grote groepen patiënten bekeken of de behandeling mét of zonder (werkend) apparaat, verschil in resultaat opleverde. Omdat een behandeling uiteraard uit veel meer bestaat dan alleen het apparaat, maar ook uit oefeningen, instructies, losmaken van een gewricht etc. ontstaat over de effectiviteit van de behandeling een troebel beeld, maar de apparaten leverden kennelijk geen duidelijke meerwaarde. Dus het geven van meerdere behandelvormen  tegelijk vertroebelde  de effectiviteit van elke behandelvorm afzonderlijk, maar het hielp!  Een tweede probleem om effectiviteit te meten is dat je een homogene patiëntengroep moet hebben om de effectiviteit te kunnen beoordelen. Zo kan je niet ‘schouderklachten’ over één kam scheren, zelfs een ‘peesontsteking’ in de schouder niet, maar een specifieke diagnose van wat er exact met die pees aan de hand is, is belangrijk om een bewuste therapie keuze te maken. Een peesscheur wordt totaal anders behandeld dan een ‘tendinose’ door inklemming. Sterker, waar een bepaalde oefening voor de ene diagnose wel effectief is, is die voor de andere diagnose gecontra-indiceerd, dus zelfs schadelijk! Dus exacte diagnostiek is heel belangrijk! De exacte diagnose is vaak alleen door getrainde, ervaren therapeuten te stellen. Bijvoorbeeld bovengenoemde ‘peesontsteking’ kan alleen een ervaren echografist stellen. Zelfs een MRI geeft een minder goed beeld (proefschrift Rutte, radioloog). Ook het wel of niet bewegen van een wervel of SI gewricht kan alleen een ervaren therapeut met ‘fingerspitzengefühl’ bepalen. Ook hierbij schiet bijvoorbeeld MRI of röntgenfoto’s tekort omdat deze een statisch beeld geven en dus niets kunnen zeggen over ‘beweging’. Daar waar een röntgenfoto wel duidelijk een breuk kan vaststellen, kan het geen ‘blokkering’ in het gewricht vaststellen. Een getrainde therapeut kan dat wel, en daardoor ook goed behandelen. Een voorbeeld is ook de ‘Shockwave therapie’. Bij een exacte diagnose, bijvoorbeeld bij ‘kalkspots’ (verkalking) in de pees of een tendinose is het apparaat zéér effectief, terwijl bij andere diagnoses die gemakshalve onder de ‘peesontstekingen’ worden geschaard, zoals een scheurtje, zal het niet effectief zijn en bij een ‘slijmbeursontsteking’ zelfs klacht verergerend werken. En die diagnose is alleen met een goed echografie apparaat en een deskundige echografist / therapeut te stellen.

 

De klapschoen

De klapschoen (hardloopvariant van de klapschaats)

De achillespees is kwetsbaar. Daarom bestaat ook de uitdrukking ‘de achilleshiel’ (fatale zwakke plek)en de vernoeming naar de Griekse held Achilles, die slechts één zwakke plek had….

Dankzij echografie kunnen we veel over de achillespeesblessure te weten komen. Scheurtjes, verkalkingen, botuitgroei, verdikking, kwaliteit van het collageen, slijmbeursontstekingen, vervetting, verklevingen, bloedvat ingroei, de voedingstoestand, het omhulsel, de spier-pees overgang, de aanhechting aan het hielbeen etc. etc., er lijken geen geheimen meer te bestaan. Dat klopt als het gaat om de diagnose gesteld door een ervaren echografist. Maar hoe kunnen die klachten ontstaan? Daarover is nog onduidelijkheid. Gemakkelijk zijn de overbelasting klachten zoals bij sporters vast te stellen. Navraag daarnaar geeft vaak duidelijkheid. Ook de stand van de voet en het schoeisel zijn gemakkelijk als veroorzaker van de klacht aan te wijzen. Maar er is meer… Tijdens een (halve) marathon startte ik achter een groepje Kenianen. Die hadden nauwelijks een kuitspier van enige omvang. Dus de oude denkwijze dat de spier het belangrijkste is en de pees slechts bedoeld is om de spier aan het bot vast te maken klopt niet. Bestudering van kangoeroes, honden, paarden etc. leert dat de kuitspier gering in omvang is en de achillespees sterk en stevig. Dat doet vermoeden dat de achillespees een rol speelt in de energieoverbrenging bij het afzetten en waarschijnlijk ook de al in de pees opgeslagen energie tijdens het neerkomen. In mijn al jarenlang gekoesterde wens om daar meer over te weten deed ik onderzoek naar een sportschoen met twee veren, waarbij de energie tijdens het neerkomen opgeslagen werd en vrijkomt tijdens de afzet en zo zowel de impact van de dreun van het lichaamsgewicht verminderd, alsmede de kracht op te pees tijdens het afzetten zou moeten reduceren. Naast het ‘gevoel’ dat je gemakkelijker loopt, moet dat ook in de paslengte en bijvoorbeeld hartslag, of snelheid terug te vinden zijn. Immers de veren maken het dan voor de loper gemakkelijker. Tijdens de onderzoekperiode die ik nam om te wennen aan het lopen met die schoenen en het daadwerkelijk meten van de waarden was ‘het gevoel’ niet echt positief. Ook de metingen gaven géén lager hartslag, géén langere paslengte en géén hogers snelheid aan. In tegendeel, alle verwachtte voordelen bleken zelfs nadelig uit te pakken. Dus mijn zoektocht naar het energie-opslag mechanisme van de achillespees gaat verder, wordt (hopelijk) vervolgd…

Het ‘karrenspoor’

Het ‘Karrenspoor’

Een gewricht moet beweging mogelijk maken. De omliggende spieren zorgen voor beweging en stabiliteit in het gewricht. Het gewricht zelf bestaat doorgaans uit twee botstukken, bekleed met kraakbeen en een vloeistof ertussen die zowel voor ‘smering’ (verminderde wrijving) als voeding van het kraakbeen moet zorgen. Een gewricht wat niet beweegt (door inactiviteit of door vastzitten) gaat in kwaliteit achteruit. Het kraakbeen wordt kwalitatief slechter en de wrijving neemt toe, hij wordt stijver. En stijfheid leidt weer tot minder beweging en verdere afname van de voeding en dus de kwaliteit van kraakbeen, zodat een basis voor ‘slijtage’ ofwel artrose wordt gevormd. Een andere eis die het gewricht stelt is dat de beweging in het gewricht volgens een juist patroon wordt gevolgd. Bij de knieschijf die bij het buigen en strekken in een ‘richel’ van het bovenbeen beweegt is het belangrijk dat die knieschijf recht door die richel glijdt (‘goed spoort’). Bij bijvoorbeeld teveel naar buiten trekken van de knieschijf ontstaat ‘puntbelasting’ op het kraakbeen en beginnen klachten die, mits niet goed herkent, leiden tot ‘slijtage’. Een ander voorbeeld van ‘sporen’ is de beweging in het bekkengewricht, tussen de bekkenhelften en het heiligbeen, grofweg bij de kuiltjes in de overgang tussen uw lage rug en bekken. Deze gewrichten worden wel de SI-gewrichten genoemd. Toen ik ruim 30 jaar geleden in Zeewolde mijn praktijk begon waren de regionale orthopeden niet bekend, laat staan overtuigd van het belang van dit gewricht. Inmiddels is de beweging in dit gewricht bekend en geaccepteerd, maar nog steeds wordt het belang niet voldoende erkend. Waarschijnlijk mede omdat de beweging nooit zichtbaar is te maken met röntgenfoto’s of MRI en het voelen van de beweging in dit gewricht alleen door ‘experts’ is te beoordelen. Het SI gewricht heeft bij onze geboorte vrij ruwe kraakbeen oppervlakten. Door het bewegen (kruipen, lopen ect) ontstaat in de loop van onze jongste jaren een richel in het gewrichtsvlak, een soort ‘karrenspoor’. Door een verkeerde beweging (bukken, draaien) én spieren die op dát moment voldoende stabiliteit geven, kan het SI gewricht vast gaan zitten, zeg maar scheef in het ‘karrenspoor’. Een goede manueeltherapeut kan het SI gewricht weer ‘in het spoor’ brengen. Waarna de klachten doorgaans in drie behandelingen verdwijnen. Als dat niet gebeurt dan zal het verwrongen en geblokkeerde SI gewricht onherroepelijk leiden tot overbelasting van een bovenliggende tussenwervelschijf (wat tot een hernia kan leiden), chronisch rugpijn veroorzaken, of (vooral bij sporters) tot klachten in de romp en bovenbeenspieren (o.a. de hamstrings) leiden. Het behandelen van de spieren of zelfs ‘de rug’  alleen is niet zinvol als niet de oorzaak wordt weggehaald. Dit door los te laten maken, de juiste oefeningen te doen én meer te bewegen!

SI gewricht

Het SI gewricht

Wat is het SI gewricht? Dat zijn twee gewrichten tussen de bekkenhelften en het heiligbeen, grofweg herkenbaar aan de ‘kuiltjes’ in de overgang van rug naar bekken. De naam van het SI gewricht is afgeleid van de botten die het gewricht vormen, het heiligbeen (Sacrum) en het bekken (Ilium). Problemen met het SI gewricht wordt vaak niet (goed) gediagnostiseerd. Het (eenzijdig) vastzitten van het SI gewricht kan lokaal (lage rug) klachten geven, maar ook in de lies, bovenbeen, hamstrings, bilspier en zelfs het onderbeen en de voet. De functie van het SI-gewricht is vooral het toestaan van beweging tussen de bekkenhelften, bijvoorbeeld tijdens het lopen. Een groot deel van deze draaikrachten worden door het SI gewricht opgevangen. Als het SI gewricht (meestal aan 1 kant) vast zit ontstaat overbelasting en irritatie in gewricht, banden, maar ook ontstaat een andere bekkenstand (verwringing) en op den duur ontstaat overbelasting in de boven het heiligbeen gelegen lendenwervels die nu deze voor hen ‘vreemde’ krachten moeten opvangen. Niet zelden leidt dit weer tot lage rugklachten met mogelijk ook een tussenwervelschijf klachten (discopathie). Immers de tussenwervel is niet goed in staat deze steeds repeterende draaikrachten op te vangen. Lange tijd werd aangenomen dat het SI-gewricht onbeweeglijk genoemd kon worden. Dit komt omdat het gewricht slechts 3 graden meebeweegt bij het vooroverbuigen (totaal 140 graden), waarbij deze drie graden bewegingsverlies bij een beperking in de beweeglijkheid van het SI gewricht (‘blokkering’), niet als relevant werd beschouwd. Ten onrechte. Ofschoon niet altijd de pijn in het gewricht zelf wordt aangegeven, maar in de banden en spieren er omheen (bil- bovenbeen) kan een niet goede diagnose leiden tot aanhoudende klachten en chronische blessures. Dus bij chronische rug, bil of bovenbeenklachten… denk ook aan het SI gewricht!

Nek- en schouderklachten

Nek- en schouderklachten

Klachten aan de nek en schouder komen heel vaak voor. Soms lijken het alleen ‘de spieren’ en zal het ‘wel door overbelasting, de kou of stress komen’. Maar dat is vaak niet juist. Inderdaad kunnen de spieren ‘getriggerd’ worden door kou of stress. Maar misschien was de ‘emmer al vol’ door een andere factor en was ‘overbelasting’ slechts ‘de druppel’.  Deze factor kan een vastzittende (borst-)wervel zijn, een dreigende ‘hernia’ (discopathie), een ‘verschoven’ wervel of verkorte spieren etc. etc. Het is dus belangrijk een juiste diagnose te stellen en aan de hand daarvan kan dan een goed behandelplan (behandeling en oefeningen) worden gemaakt. Nu is één van de meest voorkomende factoren in het ontstaan van nek- en/ of schouderklachten het verminderd bewegen of ‘vastzitten’ van de borstwervels. De borstwervels zitten onder de halswervels, maar de bovenste 4 tot 5 borstwervels horen met de bewegingen van het hoofd met de nek mee te bewegen. Als deze wervels vastzitten ontstaat er toegenomen belasting op de onderste wél bewegende halswervels en dus klachten. Ook kan het vastzitten van de bovenste borstwervels leiden tot schouderklachten, omdat bij het optillen van de arm voor ongeveer een derde in de schouder zelf wordt bewogen, een derde van de beweging uit het glijden van het schouderblad komt en de laatste een-derde van de beweging uit het meebewegen van de borstwervels komt. Als deze vastzitten leidt dat ook tot overbelasting in de schouder, maar ook zal het vastzitten van de borstwervels via het zenuwstelsel kunnen leiden tot verminderde doorbloeding van de schouderspieren, waardoor de schouder nog eens extra kwetsbaar wordt. Afname van de kwaliteit van deze schouderspieren (en pees) is met een goede echografisch onderzoek (‘echo’) prima zichtbaar te maken. De derde factor, het schouderblad wordt ook negatief beïnvloed door de vastzittende wervels en kan bij iets teveel naar voren glijden leiden tot toename van de druk op de pees, dus nóg een factor die bijdraagt aan dezelfde blessure.  Als laatste kan het vastzitten van de bovenste wervels via reflexbanen leiden tot bijv. hoofdpijn, duizeligheid maar ook het overbelast raken of vastzitten van de bovenste halswervels. Dus nek- en schouderklachten komen vaak in de praktijk voor, maar de behandeling is afhankelijk van het onderzoek veelzijdig en de klachten kunnen gemakkelijk uitbreiden naar hoofd, schouder en armen.

Zwarte gorilla

Een van de kleurrijkste personen uit de moderne Nederlandse geschiedenis is ongetwijfeld Johan Cruijff. Meerdere legendarische uitspraken die soms niet juist lijken, maar bij nader inzien volkomen waar zijn komen uit zijn mond.  ‘Op een gegeven moment’ is een normale Nederlandse uitdrukking. In een taal waarin die uitdrukking niet bestaat (Spaans) krijgt het een lading dat vrij vertaald neerkomt op: ‘Op een moment dat God ons heeft gegeven’, met een veel zwaardere lading dus.

Zo was ik onlangs op een bijscholingscursus (Echografie), waar een filmpje werd vertoond (selective attention test, op YouTube). Je moest tellen hoe vaak het witte team de bal overspeelde. Door daarop te letten zag je niet dat een zwarte gorilla tijdens dit spel opdook en weer verdween. Je kijkt dan selectief naar het filmpje en mist daardoor andere informatie. Dit ter illustratie van het feit dat als je een echo, bijvoorbeeld van een pees, bestudeerd met in je achterhoofd bepaalde verwachtingen, je dingen over het hoofd kunt zien. Tijdens deze cursus waren zeker 4 vooraanstaande ‘specialisten’ op het gebied van echografie aanwezig. Na een uur hadden we vele echografische beelden van in dit geval een achillespees voorbij zien komen. Telkens werd de pathologie (afwijking) benoemd, maar in mijn ogen werd er steeds een element gemist. Op enkele afbeeldingen was wel een zwarte lijn op de grens tussen de achillespees en zijn omhulsel (peritendon) zichtbaar, op andere niet. Geen van de specialisten had dit opgemerkt, sterker nog, zij kenden de achterliggende gedachte hiervan niet. Kennelijk was dit hun ‘zwarte gorilla’. Ik legde uit dat ik in een team met professoren, orthopeden en patholoog anatomen hiernaar onderzoek had gedaan en een ’18 lamellig dikke structuur’ rond de achillespees had waargenomen (op de snijzaal) dat in sommige gevallen een ontsteking met verkleving zou kunnen geven. Op de echo herken je dit door het afwezig/wazig zijn van de zwarte band.  Je gaat het pas zien…