Exacte diagnostiek noodzakelijk

Exacte diagnostiek is noodzakelijk

In de fysiotherapie zijn een aantal behandelmethoden die vroeger gebruikt werden bij nader onderzoek niet (voldoende) effectief gebleken. Denk aan vormen van elektrotherapie en andere apparaten. Met ruim opgezette onderzoeksmethoden is bij grote groepen patiënten bekeken of de behandeling mét of zonder (werkend) apparaat, verschil in resultaat opleverde. Omdat een behandeling uiteraard uit veel meer bestaat dan alleen het apparaat, maar ook uit oefeningen, instructies, losmaken van een gewricht etc. ontstaat over de effectiviteit van de behandeling een troebel beeld, maar de apparaten leverden kennelijk geen duidelijke meerwaarde. Dus het geven van meerdere behandelvormen  tegelijk vertroebelde  de effectiviteit van elke behandelvorm afzonderlijk, maar het hielp!  Een tweede probleem om effectiviteit te meten is dat je een homogene patiëntengroep moet hebben om de effectiviteit te kunnen beoordelen. Zo kan je niet ‘schouderklachten’ over één kam scheren, zelfs een ‘peesontsteking’ in de schouder niet, maar een specifieke diagnose van wat er exact met die pees aan de hand is, is belangrijk om een bewuste therapie keuze te maken. Een peesscheur wordt totaal anders behandeld dan een ‘tendinose’ door inklemming. Sterker, waar een bepaalde oefening voor de ene diagnose wel effectief is, is die voor de andere diagnose gecontra-indiceerd, dus zelfs schadelijk! Dus exacte diagnostiek is heel belangrijk! De exacte diagnose is vaak alleen door getrainde, ervaren therapeuten te stellen. Bijvoorbeeld bovengenoemde ‘peesontsteking’ kan alleen een ervaren echografist stellen. Zelfs een MRI geeft een minder goed beeld (proefschrift Rutte, radioloog). Ook het wel of niet bewegen van een wervel of SI gewricht kan alleen een ervaren therapeut met ‘fingerspitzengefühl’ bepalen. Ook hierbij schiet bijvoorbeeld MRI of röntgenfoto’s tekort omdat deze een statisch beeld geven en dus niets kunnen zeggen over ‘beweging’. Daar waar een röntgenfoto wel duidelijk een breuk kan vaststellen, kan het geen ‘blokkering’ in het gewricht vaststellen. Een getrainde therapeut kan dat wel, en daardoor ook goed behandelen. Een voorbeeld is ook de ‘Shockwave therapie’. Bij een exacte diagnose, bijvoorbeeld bij ‘kalkspots’ (verkalking) in de pees of een tendinose is het apparaat zéér effectief, terwijl bij andere diagnoses die gemakshalve onder de ‘peesontstekingen’ worden geschaard, zoals een scheurtje, zal het niet effectief zijn en bij een ‘slijmbeursontsteking’ zelfs klacht verergerend werken. En die diagnose is alleen met een goed echografie apparaat en een deskundige echografist / therapeut te stellen.

 

De klapschoen

De klapschoen (hardloopvariant van de klapschaats)

De achillespees is kwetsbaar. Daarom bestaat ook de uitdrukking ‘de achilleshiel’ (fatale zwakke plek)en de vernoeming naar de Griekse held Achilles, die slechts één zwakke plek had….

Dankzij echografie kunnen we veel over de achillespeesblessure te weten komen. Scheurtjes, verkalkingen, botuitgroei, verdikking, kwaliteit van het collageen, slijmbeursontstekingen, vervetting, verklevingen, bloedvat ingroei, de voedingstoestand, het omhulsel, de spier-pees overgang, de aanhechting aan het hielbeen etc. etc., er lijken geen geheimen meer te bestaan. Dat klopt als het gaat om de diagnose gesteld door een ervaren echografist. Maar hoe kunnen die klachten ontstaan? Daarover is nog onduidelijkheid. Gemakkelijk zijn de overbelasting klachten zoals bij sporters vast te stellen. Navraag daarnaar geeft vaak duidelijkheid. Ook de stand van de voet en het schoeisel zijn gemakkelijk als veroorzaker van de klacht aan te wijzen. Maar er is meer… Tijdens een (halve) marathon startte ik achter een groepje Kenianen. Die hadden nauwelijks een kuitspier van enige omvang. Dus de oude denkwijze dat de spier het belangrijkste is en de pees slechts bedoeld is om de spier aan het bot vast te maken klopt niet. Bestudering van kangoeroes, honden, paarden etc. leert dat de kuitspier gering in omvang is en de achillespees sterk en stevig. Dat doet vermoeden dat de achillespees een rol speelt in de energieoverbrenging bij het afzetten en waarschijnlijk ook de al in de pees opgeslagen energie tijdens het neerkomen. In mijn al jarenlang gekoesterde wens om daar meer over te weten deed ik onderzoek naar een sportschoen met twee veren, waarbij de energie tijdens het neerkomen opgeslagen werd en vrijkomt tijdens de afzet en zo zowel de impact van de dreun van het lichaamsgewicht verminderd, alsmede de kracht op te pees tijdens het afzetten zou moeten reduceren. Naast het ‘gevoel’ dat je gemakkelijker loopt, moet dat ook in de paslengte en bijvoorbeeld hartslag, of snelheid terug te vinden zijn. Immers de veren maken het dan voor de loper gemakkelijker. Tijdens de onderzoekperiode die ik nam om te wennen aan het lopen met die schoenen en het daadwerkelijk meten van de waarden was ‘het gevoel’ niet echt positief. Ook de metingen gaven géén lager hartslag, géén langere paslengte en géén hogers snelheid aan. In tegendeel, alle verwachtte voordelen bleken zelfs nadelig uit te pakken. Dus mijn zoektocht naar het energie-opslag mechanisme van de achillespees gaat verder, wordt (hopelijk) vervolgd…

Het ‘karrenspoor’

Het ‘Karrenspoor’

Een gewricht moet beweging mogelijk maken. De omliggende spieren zorgen voor beweging en stabiliteit in het gewricht. Het gewricht zelf bestaat doorgaans uit twee botstukken, bekleed met kraakbeen en een vloeistof ertussen die zowel voor ‘smering’ (verminderde wrijving) als voeding van het kraakbeen moet zorgen. Een gewricht wat niet beweegt (door inactiviteit of door vastzitten) gaat in kwaliteit achteruit. Het kraakbeen wordt kwalitatief slechter en de wrijving neemt toe, hij wordt stijver. En stijfheid leidt weer tot minder beweging en verdere afname van de voeding en dus de kwaliteit van kraakbeen, zodat een basis voor ‘slijtage’ ofwel artrose wordt gevormd. Een andere eis die het gewricht stelt is dat de beweging in het gewricht volgens een juist patroon wordt gevolgd. Bij de knieschijf die bij het buigen en strekken in een ‘richel’ van het bovenbeen beweegt is het belangrijk dat die knieschijf recht door die richel glijdt (‘goed spoort’). Bij bijvoorbeeld teveel naar buiten trekken van de knieschijf ontstaat ‘puntbelasting’ op het kraakbeen en beginnen klachten die, mits niet goed herkent, leiden tot ‘slijtage’. Een ander voorbeeld van ‘sporen’ is de beweging in het bekkengewricht, tussen de bekkenhelften en het heiligbeen, grofweg bij de kuiltjes in de overgang tussen uw lage rug en bekken. Deze gewrichten worden wel de SI-gewrichten genoemd. Toen ik ruim 30 jaar geleden in Zeewolde mijn praktijk begon waren de regionale orthopeden niet bekend, laat staan overtuigd van het belang van dit gewricht. Inmiddels is de beweging in dit gewricht bekend en geaccepteerd, maar nog steeds wordt het belang niet voldoende erkend. Waarschijnlijk mede omdat de beweging nooit zichtbaar is te maken met röntgenfoto’s of MRI en het voelen van de beweging in dit gewricht alleen door ‘experts’ is te beoordelen. Het SI gewricht heeft bij onze geboorte vrij ruwe kraakbeen oppervlakten. Door het bewegen (kruipen, lopen ect) ontstaat in de loop van onze jongste jaren een richel in het gewrichtsvlak, een soort ‘karrenspoor’. Door een verkeerde beweging (bukken, draaien) én spieren die op dát moment voldoende stabiliteit geven, kan het SI gewricht vast gaan zitten, zeg maar scheef in het ‘karrenspoor’. Een goede manueeltherapeut kan het SI gewricht weer ‘in het spoor’ brengen. Waarna de klachten doorgaans in drie behandelingen verdwijnen. Als dat niet gebeurt dan zal het verwrongen en geblokkeerde SI gewricht onherroepelijk leiden tot overbelasting van een bovenliggende tussenwervelschijf (wat tot een hernia kan leiden), chronisch rugpijn veroorzaken, of (vooral bij sporters) tot klachten in de romp en bovenbeenspieren (o.a. de hamstrings) leiden. Het behandelen van de spieren of zelfs ‘de rug’  alleen is niet zinvol als niet de oorzaak wordt weggehaald. Dit door los te laten maken, de juiste oefeningen te doen én meer te bewegen!

SI gewricht

Het SI gewricht

Wat is het SI gewricht? Dat zijn twee gewrichten tussen de bekkenhelften en het heiligbeen, grofweg herkenbaar aan de ‘kuiltjes’ in de overgang van rug naar bekken. De naam van het SI gewricht is afgeleid van de botten die het gewricht vormen, het heiligbeen (Sacrum) en het bekken (Ilium). Problemen met het SI gewricht wordt vaak niet (goed) gediagnostiseerd. Het (eenzijdig) vastzitten van het SI gewricht kan lokaal (lage rug) klachten geven, maar ook in de lies, bovenbeen, hamstrings, bilspier en zelfs het onderbeen en de voet. De functie van het SI-gewricht is vooral het toestaan van beweging tussen de bekkenhelften, bijvoorbeeld tijdens het lopen. Een groot deel van deze draaikrachten worden door het SI gewricht opgevangen. Als het SI gewricht (meestal aan 1 kant) vast zit ontstaat overbelasting en irritatie in gewricht, banden, maar ook ontstaat een andere bekkenstand (verwringing) en op den duur ontstaat overbelasting in de boven het heiligbeen gelegen lendenwervels die nu deze voor hen ‘vreemde’ krachten moeten opvangen. Niet zelden leidt dit weer tot lage rugklachten met mogelijk ook een tussenwervelschijf klachten (discopathie). Immers de tussenwervel is niet goed in staat deze steeds repeterende draaikrachten op te vangen. Lange tijd werd aangenomen dat het SI-gewricht onbeweeglijk genoemd kon worden. Dit komt omdat het gewricht slechts 3 graden meebeweegt bij het vooroverbuigen (totaal 140 graden), waarbij deze drie graden bewegingsverlies bij een beperking in de beweeglijkheid van het SI gewricht (‘blokkering’), niet als relevant werd beschouwd. Ten onrechte. Ofschoon niet altijd de pijn in het gewricht zelf wordt aangegeven, maar in de banden en spieren er omheen (bil- bovenbeen) kan een niet goede diagnose leiden tot aanhoudende klachten en chronische blessures. Dus bij chronische rug, bil of bovenbeenklachten… denk ook aan het SI gewricht!

Nek- en schouderklachten

Nek- en schouderklachten

Klachten aan de nek en schouder komen heel vaak voor. Soms lijken het alleen ‘de spieren’ en zal het ‘wel door overbelasting, de kou of stress komen’. Maar dat is vaak niet juist. Inderdaad kunnen de spieren ‘getriggerd’ worden door kou of stress. Maar misschien was de ‘emmer al vol’ door een andere factor en was ‘overbelasting’ slechts ‘de druppel’.  Deze factor kan een vastzittende (borst-)wervel zijn, een dreigende ‘hernia’ (discopathie), een ‘verschoven’ wervel of verkorte spieren etc. etc. Het is dus belangrijk een juiste diagnose te stellen en aan de hand daarvan kan dan een goed behandelplan (behandeling en oefeningen) worden gemaakt. Nu is één van de meest voorkomende factoren in het ontstaan van nek- en/ of schouderklachten het verminderd bewegen of ‘vastzitten’ van de borstwervels. De borstwervels zitten onder de halswervels, maar de bovenste 4 tot 5 borstwervels horen met de bewegingen van het hoofd met de nek mee te bewegen. Als deze wervels vastzitten ontstaat er toegenomen belasting op de onderste wél bewegende halswervels en dus klachten. Ook kan het vastzitten van de bovenste borstwervels leiden tot schouderklachten, omdat bij het optillen van de arm voor ongeveer een derde in de schouder zelf wordt bewogen, een derde van de beweging uit het glijden van het schouderblad komt en de laatste een-derde van de beweging uit het meebewegen van de borstwervels komt. Als deze vastzitten leidt dat ook tot overbelasting in de schouder, maar ook zal het vastzitten van de borstwervels via het zenuwstelsel kunnen leiden tot verminderde doorbloeding van de schouderspieren, waardoor de schouder nog eens extra kwetsbaar wordt. Afname van de kwaliteit van deze schouderspieren (en pees) is met een goede echografisch onderzoek (‘echo’) prima zichtbaar te maken. De derde factor, het schouderblad wordt ook negatief beïnvloed door de vastzittende wervels en kan bij iets teveel naar voren glijden leiden tot toename van de druk op de pees, dus nóg een factor die bijdraagt aan dezelfde blessure.  Als laatste kan het vastzitten van de bovenste wervels via reflexbanen leiden tot bijv. hoofdpijn, duizeligheid maar ook het overbelast raken of vastzitten van de bovenste halswervels. Dus nek- en schouderklachten komen vaak in de praktijk voor, maar de behandeling is afhankelijk van het onderzoek veelzijdig en de klachten kunnen gemakkelijk uitbreiden naar hoofd, schouder en armen.

Zwarte gorilla

Een van de kleurrijkste personen uit de moderne Nederlandse geschiedenis is ongetwijfeld Johan Cruijff. Meerdere legendarische uitspraken die soms niet juist lijken, maar bij nader inzien volkomen waar zijn komen uit zijn mond.  ‘Op een gegeven moment’ is een normale Nederlandse uitdrukking. In een taal waarin die uitdrukking niet bestaat (Spaans) krijgt het een lading dat vrij vertaald neerkomt op: ‘Op een moment dat God ons heeft gegeven’, met een veel zwaardere lading dus.

Zo was ik onlangs op een bijscholingscursus (Echografie), waar een filmpje werd vertoond (selective attention test, op YouTube). Je moest tellen hoe vaak het witte team de bal overspeelde. Door daarop te letten zag je niet dat een zwarte gorilla tijdens dit spel opdook en weer verdween. Je kijkt dan selectief naar het filmpje en mist daardoor andere informatie. Dit ter illustratie van het feit dat als je een echo, bijvoorbeeld van een pees, bestudeerd met in je achterhoofd bepaalde verwachtingen, je dingen over het hoofd kunt zien. Tijdens deze cursus waren zeker 4 vooraanstaande ‘specialisten’ op het gebied van echografie aanwezig. Na een uur hadden we vele echografische beelden van in dit geval een achillespees voorbij zien komen. Telkens werd de pathologie (afwijking) benoemd, maar in mijn ogen werd er steeds een element gemist. Op enkele afbeeldingen was wel een zwarte lijn op de grens tussen de achillespees en zijn omhulsel (peritendon) zichtbaar, op andere niet. Geen van de specialisten had dit opgemerkt, sterker nog, zij kenden de achterliggende gedachte hiervan niet. Kennelijk was dit hun ‘zwarte gorilla’. Ik legde uit dat ik in een team met professoren, orthopeden en patholoog anatomen hiernaar onderzoek had gedaan en een ’18 lamellig dikke structuur’ rond de achillespees had waargenomen (op de snijzaal) dat in sommige gevallen een ontsteking met verkleving zou kunnen geven. Op de echo herken je dit door het afwezig/wazig zijn van de zwarte band.  Je gaat het pas zien…

Shock Wave therapie

Eerder beschreef ik de absolute meerwaarde van goed echografisch onderzoek bij bepaalde (pees- of spier-) klachten en het kiezen van de juiste behandeling.

Een van die behandelvormen is Shock-Wave therapie. Wetenschappelijk onderzoek geeft bij ‘peesontstekingen’ onvoldoende behandelresultaat, maar bij bijv. een specifieke vorm, echografisch zichtbaar, de tendinose, hebben wij bijna 100% resultaat binnen een beperkt aantal behandelingen. Dit is ook uitgebreid wetenschappelijk gedocumenteerd. Ook bij klachten die al jaren bestaan, ook bij (top-)sporters!  Veel voorkomende tendinosen worden aangetroffen bij: de achillespees, het hielspoor, de tennis- en golferselleboog de kniepezen (infra-patellaire pees) en de schouder (o.a. de supraspinatus pees).

Wat is Shock-Wavetherapie?

Shock-wave wordt het eerst toegepast om (nier- en gal-) stenen te ‘vergruizen’. Later bleek dat Shock-wave invloed heeft op het normaliseren van het collageen. Collageen is het sterke weefsel in de spier die in grote mate de trekkracht van de pees bepaald. Bij chronische overbelasting of (micro) traumata kan de tendinose ontstaan. Ook hier moet goed naar oorzakelijke factoren worden gekeken, zo is bij de schouderklachten de beweeglijkheid van de borstwervels van bijzonder groot belang, zowel bio-mechanisch als neuro-reflectoir (invloed op bijv. het zenuwstelsel die op zijn beurt de doorbloeding en spierspanning bepaald!  Ook bij schouderklachten geldt dus dat naast echografisch onderzoek van de pezen rond de schouder ook (manueel-therapeutisch) onderzoek van bijv. de borstwervels noodzakelijk is!

We gaven al aan dat bij de juiste diagnose (bijv. tendinose) Shock-wave therapie  nagenoeg 100% resultaat geeft. Ook bij andere diagnoses kan Shock-wave waardevol zijn, denk daarbij ook aan calcificaties (‘kalkspatten’)  in de pees, of exostosen (botuitgroei in de pees). In dit laatste geval geven wij aan dat wetenschappelijk gezien in 50% van dergelijke gevallen optimaal resultaat is te verwachten. Wij scoren beduidend hoger, mede omdat wij door de goede beeldvorming ook andere behandelvormen adviseren, naast de Shock-Wave behandeling. Bijvoorbeeld de Strassborg Sock, of excentrische oefeningen. Ook hierbij geld: het succes van de behandeling wordt bepaald door de juiste diagnostiek!

Peesontsteking

Eerder schreef ik over de absolute meerwaarde van goed echografisch onderzoek bij bepaalde (pees- of spier-) klachten en het kiezen van de juiste behandeling.

Neem nu de ‘peesontsteking’. Die komt meer voor dan u denkt. De achillespees, kniepees, tenniselleboog, golferselleboog, hielspoor en de meeste schouderklachten blijken het gevolg van een ‘peesontsteking’ te zijn. Waarom ik ‘peesontsteking’ steeds tussen aanhalingstekens schrijf?  Feitelijk is dit een onjuiste benaming. Het betreft slechts zelden een echte ontsteking, maar als ingeburgerde diagnose blijven we het maar ‘peesontsteking’ noemen. Maar nader onderzoek is noodzakelijk om de juiste behandelvorm te kiezen. Minstens dertig (!) verschillende diagnoses, na echografisch onderzoek te stellen, kunnen de klacht nader specificeren. Zo is een ‘tendinose’, ‘peritendoneale adhesie’ of ‘partiële ruptuur’, bij het grote publiek minder bekend, zelfs bij vele fysiotherapeuten, maar o-zo noodzakelijk om een juiste behandelvorm te kiezen. Bij de ene diagnose  is bijvoorbeeld het excentrisch oefenen noodzakelijk terwijl bij de andere diagnose dit absoluut gecontra-indiceerd is en kan zelfs tot blijvend letsel leiden! De behandelvormen Shock-Wave, Strassborg sock, fricties, rekkingsoefeningen etc. zijn bij de ene juiste diagnose wel geïndiceerd en bij de andere juist niet! Waarom gebruiken dan niet alle fysiotherapeuten echografie? Het leren werken en vooral interpreteren van het beeldmateriaal is een vak op zich. Bovendien zijn de (goede) echografie apparaten erg duur en worden niet door zorgverzekeraars vergoedt (bij ons ‘gratis’ als onderdeel van de behandeling). Ook apparatuur als ShockWave wordt door de zorgverzekeraar niet vergoedt. De reden is dat wetenschappelijk gezien deze apparatuur niet is bewezen. U begrijpt dat als niet eerst de juiste diagnose wordt gesteld het zelfs een verkeerde behandeling zou kunnen zijn! Gericht wetenschappelijk onderzoek bewijst het tegendeel!  Zo is de ene behandeling bij de ene ‘peesontsteking’ wel waardevol, bij de andere ‘peesontsteking’ gecontra-indiceerd!  Logisch dat er dan geen duidelijk beleid mogelijk is bij de ‘peesontsteking’. Althans niet zonder Echografisch onderzoek.

kraken? Kraakhelder!

In de Stentor verscheen onlangs een artikel dat aangaf dat het ‘Kraken’ van de halswervelkolom door manueeltherapeuten door de NVMT als ‘gevaarlijk’ wordt beschouwd.

De NVMT (Nederlandse Vereniging Manueel Therapeuten) is de vertegenwoordigende vereniging van zeven (!) verschillende opleidingsinstituten in Nederland. Even terug naar het begin: Dr. Frits Philips (u weet we van…) startte een onderzoekscentrum in Eindhoven, waarbij in eerste instantie de gevaren van ‘manuele therapie’ werden onderzocht. Er werd onderzoek gedaan naar de handelswijze van chiropractoren, osteopaten en andere internationale ‘krakers’. Een van de professoren (Oostendorp), schreef in een boek welk gevaar bestond bij manipulaties aan de nek op bijvoorbeeld een bloedvat in de nek die de hersenen van bloed/zuurstof voorziet. Het onderzoekscentrum werd een opleidingsinstituut, in de volksmond ‘Eindhoven’ genoemd (nu ‘SOMT’). Ik mocht deel uitmaken van dit opleidingsinstituut, waarbij vooral op gevaren werd gewezen, maar ook hoe risico te voorkomen (onderzoek en alternatieve handgrepen).

Echter.. er ontstonden meerdere stromingen (helaas ook manuele therapie genoemd, maar met een totaal andere achtergrond) die om ‘gezamenlijk sterk’ te staan zich hebben verenigd in de NVMT. Feit is echter dat er zeer uiteenlopend praktiserend manueeltherapeuten rondlopen. Ook manueeltherapeuten die technieken gebruiken die anderen bewust niet gebruiken omdat ze ‘risicovol’ zijn. Maar om nu alle manuele therapie af te raden, gaat te ver. Immers er is al lang bekend dat bepaalde technieken zeer risicovol zijn (rotatietechnieken, ook veel toegepast in actiefilms om een tegenstander snel uit te schakelen). Ik mocht persoonlijk tijdens een groot manuele therapiecongres voor een zaal met honderden manueeltherapeuten een onderzoek doen bij een echte patiënt met ernstig nekletsel en daardoor verlammingen/spasmen aan de benen. Op de vraag welke therapie ik zou geven antwoordde ik: ‘geen’, waarop de docent de patiënt tientallen centimeters aan zijn hoofd over de behandeltafel trok om aan te geven dat deze (tractie) techniek veilig was. Oke, een extreem voorbeeld, maar waar gebeurd. Een goede manueeltherapeut zal na gedegen onderzoek, altijd voor relatief milde en veilige manipulatietechnieken kiezen. Jammer dat het ‘publiek’ niet kan weten wie een goede manueeltherapeut is. Dát mag het NVMT zichzelf aanrekenen!

Schaadt overdaad

 Schaadt Overdaad?

Piet* is politieagent. Hij is aangesloten bij een atletiekvereniging om zijn conditie op peil te houden. Ik vertel hem dat je na het sporten moet drinken, water of evt. een isotone sportdrank. ‘Waar staat dat dan..’ zegt Piet. Hij vraagt nog net niet welk artikel van het burgerlijk wetboek dat is. Ik zeg ; ‘in ieder fysiologieboek’, oh.. zegt hij, kennelijk niet meer in een staat van verdediging, maar dat geldt toch alleen voor wedstrijden of als het erg warm is? Nee Piet, je zweet de hele dag, ook in rust. Dus moet je ook in rust voldoende drinken. Anderhalve liter per dag! Maar… zelfs bij sporten onder koude omstandigheden verlies je vocht en elektrolyten (mineralen als zouten, natrium, kalium., magnesium etc.) dus moet je in ieder geval water drinken, maar na een lange, pittige training ook wat mineralen etc. Het liefst in isotone vorm, want de bij deze club aanwezige energiedranken zijn teveel van het goede, te zoet, teveel koolhydraten en worden nog eens slechter opgenomen ook. Dus isotone sportdrank! ‘Koffie is lekkerder’… Ja zeg ik, beginnend aan mijn kopje koffie, nadat ik mijn flesje isotone sportdrank had leeggedronken.

Heeft voorlichting of waarschuwen nog wel effect? Het effect van ‘vieze’ plaatjes op sigaretten is ook wel uitgewerkt, dus worden waarschuwingen nog wel serieus genomen als overal maar voor wordt gewaarschuwd? Daarom staat ook het ‘weer-alarm’ ter discussie. Teveel waarschuwen werkt averechts. En we worden al gewaarschuwd, voor griep (prik), overgewicht, lichaamsbeweging, vreselijke ziekten, inbrekers, oorlogsdreigingen, economische ontwikkelingen etc. Ontstaat er dan niet een soort ‘overkill’ waardoor we eigenlijk een beetje moe of immuun worden voor dit soort berichten? Nee, we kunnen ons niet genoeg bewust zijn van onze gezondheid. Gezond eten, bewegen, en dus ook (water) drinken, het hoort bij de berichten die we moeten blijven uitzenden. Want onze gezondheid is daarvan afhankelijk! Bewegen moet, dus drinken ook!  Zie ook: Voedingscentrum.nl/drinken, van de overheid, dus van ons, net als Piet.