Die spoort niet

Regelmatig zien wij patienten waarbij een diagnose gesteld is, maar een duidelijk beeld van het ontstaan van de klachten ontbreekt. Zonder deze informatie is goed behandelen niet mogelijk. Daarom is het belangrijk niet alleen een diagnose te stellen, maar vooral ook de oorzaak van die klacht. Als voorbeeld de ‘chondropathie patellae’. Het gaat hier om een verruwing c.q. beschadiging van het kraakbeen aan de achterzijde van de knieschijf. Kenmerkend zijn de creptiaties (kraken/ zanderig gevoel) tijdens het buigen of strekken, de pijn rondom of achter de knieschijf en vaak ook pijn bij het zitten met gebogen knieen (‘theaterknie’).

De diagnose is dus vrij eenvoudig te stellen. De behandeling is veel ingewikkelder en afhankelijk van de ontstaansgeschiedenis. Dus bij eenzelfde diagnose kunnen tientallen verschillende behandelingen gegeven worden, al dan niet met het gewenste resultaat. Standaard behandeling bestaat niet, die is immers afhankelijk van de oorzaak. Zo kan de knieschijf niet goed door het ‘gootje’ van het bovenbeen getrokken worden, bijvoorbeeld door verkorting van de peesplaat aan de buitenzijde van het been (tractus iliotibialis), of door een verzwakking van de spieren die de knieschijf naar binnen trekken (vastus medialis obliques), maar ook overstrekking van de knie, slechte stabiliteit, standsafwijkingen (voetgewelf?) Dragen allemaal bij aan het ontstaan van de klacht en dienen dus gecorrigeerd te worden. Soms met een speciale tapetechniek (verschillende technieken!), soms met een brace (de ene  werkt wel, de ander averechts), en vooral specifieke oefeningen voor specifiek dié knie bij dié patient. Standaardprotocollen bestaan niet, net zo min als standaard knieen.

Hamstrings

De hamstrings zijn een verzamelnaam voor een groep spieren aan de achterzijde van het bovenbeen. Deze spiergroep kent helaas veel blessures van zeer uiteenlopende aard en nog meer verschillende oorzaken. Er kan een peesklacht zijn (‘ontsteking’) met vaak pijn in of vlak onder de bil, een overrekking, een spierscheurtje in al zijn gradaties, verklevingen tussen de verschillende spiervezels of fascie (bindweefsel rond spieren), oud littekenweefsel of triggerpoints (pijnpunten die leiden tot verkrampingen en slechte doorbloeding) , vaak na overbelasting. Vaak is hoogfrequent echografisch onderzoek noodzakelijk om hierover meer duidelijkheid te krijgen. Dit is dermate relevant omdat het ene letsel (bijv. een spierscheurtje) totaal anders behandeld dient te worden dan bijv. een ander letsel (bijv. een tendinose ofwel populair maar niet geheel juist; ‘peesontsteking’). De oorzaak kan overbelasting zijn (sprinten, uitglijden, een val etc.) maar is veel vaker het gevolg van een probleem ergens anders. Berucht is de heup, de knie , de lage rug maar vooral ook het SI gewricht (bekkenverwringing). Het belangrijkste is deze oorzaak te achterhalen (onderzoek door sportfysiotherapeut of manueeltherapeut), daarna kan evt. lokaal behandeld worden (zoals massage, fricties, triggerpointbehandeling, shockwave, taping, rekken, spierversterking etc. een en ander afhankelijk van het soort letsel). Ook oefeningen om de kracht te verbeteren en de belastbaarheid te verhogen zijn vaak noodzakelijk om het terugkomen van de klacht te voorkomen. Een aangepast trainingsschema kan het herstel bevorderen terwijl u toch in conditie blijft. Met een brace (drukband), alternatieve trainingsmethoden (fietsen, crosstrainer, zwemmen, bikestepper= ‘hardloopfiets’) en gedoseerde specifieke oefeningen gericht op bijv. de hamstrings en/of de lage rug (core stability) kan de klacht voorgoed verdwijnen. Uw therapeut is uw adviseur!

BlikOpZeewolde

Hardlopers kunnen hier naar aanleiding van het artikel in de Blik op Zeewolde (‘Is meten wel weten?’) hun meest recente hardloop resultaten opgeven. Binnen een week worden deze gegevens verwerkt in een overzicht waaruit o.a. de ‘anaerobe drempel’ kan worden bepaald, maar ook de optimale trainingsintensiteit op verschillende afstanden of intervallen.

Door hieronder op reactie te klikken kunt u uw naam, gewicht en emailadres opgeven en bij voorkeur drie maar minimaal twee tijden op verschillende afstanden, recentelijk behaald.

Voorbeeld:  Naam: Kees de Groot; e-mail adres:  kdgroot@live.nl  Reactie:  5 km: 21:10 10 km: 44:58

Voor veel meer informatie:  kijk op www.looppraktijk.nl

Hoofdpijn!

Hoofdpijn!

 

Net als vele andere lichamelijke klachten (zie ook ons vorige artikel over Fibromyalgie), is het belangrijk na een gedegen onderzoek een juiste (sub)diagnose te stellen. Hoofdpijn is geen diagnose, maar een verschijningsvorm van pijn, net als rugpijn, schouderpijn etc. Het zegt dus niets over een diagnose, laat staan dat er een gerichte behandeling voor gegeven kan worden (behalve een ‘pijn stiller’).

Voor het stellen van de juiste diagnose, is een indeling in ‘oorzakelijke factoren’ noodzakelijk. Bijvoorbeeld:  ‘vanuit de nek’ (‘Cervicogeen’ 20%), een ‘verstoring van het vegetatief zenuwstelsel’, bijv. bij een segmentale stoornis (‘Neurogeen’ 20%), ‘triggerpoints’ (20%), ‘overbelasting van de spieren, o.a. afhankelijk van de houding’ (‘Musculair’ 20%) of ‘Hormonaal bepaald’, vaak ook als reactie op medicijnen of voedingsstoffen (10%) en ‘overigen’(10%).

Een veelvoorkomende (chronische) hoofdpijn is een combinatie van een segmentale stoornis, cervicogeen, en musculair (incl. triggerpoints). Bij het (specialistisch) onderzoek dient exact te worden bepaald welke componenten in welke mate de hoofdpijn beïnvloeden. Pas daarna kan een succesvol behandelplan ‘op maat’ worden gemaakt.

Een gedegen onderzoek naar de oorzaken van hoofdpijn zal naast een vragenlijst o.a. bestaan uit het onderzoek van de nek. Manueel therapeutisch en segmentaal onderzoek is uitermate geschikt gebleken om deze gewrichtsdisfunctie te bepalen. Niet goed functioneren van de diepe halsspieren is bijna altijd gekoppeld aan nekpijn (maar niet andersom!). Met specifieke testen, worden de diepe hals- en nekspieren getest vanwege hun controle op de positie van het hoofd en hun handhaving van de stabiliteit van de halswervelkolom. Hoogfrequent Echografisch onderzoek van de nekspieren kan de toestand en functie van bijv. de spieren tussen de wervels goed zichtbaar maken. Ook behoort het onderzoek naar myofasciale triggerpoints tot het basisonderzoek. Deze ‘kleine spierknopen’ in overbelaste spieren zijn vaak (mede) de oorzaak van veel soorten hoofdpijn, zoals spanningshoofdpijn, hoofdpijn vanuit de nek, cluster hoofdpijn en sommige soorten migraine.

Segmentaal therapie

Segmentaal therapie

U heef er waarschijnlijk nog niet veel over gehoord, toch is segmentaal therapie de ‘moeder van de geneeswijzen’. Zowel Chinese geneeswijzen, Chiropraxie, Osteopathie, Manuele geneeskunde, bindweefselmassage als manuele therapie zijn (deels) gebaseerd op deze oer-kennis. Bijna in elke geneeswijze is bekend dat er relaties bestaan tussen verschillende organen, huidgebieden, gewrichten etc. Bij vele bekende geneeswijzen zijn deze ‘in kaart’ gebracht, met mooie plaatjes van bijvoorbeeld de darm en een ‘overeenkomend’ punt elders in het lichaam. Bekend zijn de meridianen, voetzoolreflex-zones, bindweefsel-zones, oor-acupunctuurpunten, Myofasciale triggerpoints en pijngebieden die behoren bij een orgaan zoals de linker arm bij hartklachten. In al deze ‘kaarten’ zitten verschillen, maar ook een overlap. Zo komen (blaas)meridiaan punten overeen met huidgebieden (op de rug), die met bepaalde organen corresponderen. In de moderne segmentaal therapie speelt de wervelkolom en de bijbehorende (mono-segmentale) spieren, zenuwen, huidgebieden, organen etc. een grote rol, met name doordat de gebieden relatief groot en sterk mono-segmentaal zijn, waardoor ook het therapeutisch effect groot is.

Zo kan een pijngebied (bijv. in hoofd of bovenarm) zijn oorsprong vinden in spieren (Myofasciale triggerpoints), organen (viscerale reflexen) huidgebieden etc. Sterker: de oorspronkelijke prikkel kan verdwenen zijn terwijl de pijn nog ‘rondzingt’ in hetzelfde segment. Nu het mooiste: o.a. via de spieren, huid, gewrichten (wervels), zijn deze pijnpunten te beïnvloeden. Zo kan met (bindweefsel) massage de huid, maar indirect hoofdpijn worden behandeld. Een ander voorbeeld: via een myofasciaal triggerpoint kunnen grotere pijngebieden of overbelaste spieren worden behandeld (bijv. voorkomend bij fibromyalgie). Vanuit de Chiropraxie, Osteopathie en manuele therapie is bekend dat een prikkel op een wervel, ook invloed (via het zenuwstelsel) heeft op organen, spierspanningen etc. Naast het biomechanische effect (mobiliseren wervel), speelt dus ook het neuro reflectoire element een belangrijke rol. Bekende klachtenbeelden zijn o.a.: rugpijn, whiplash, bekkenklachten, nek-schouderklachten, hoofdpijn, en vele andere ‘onbegrepen’ pijnen.

Meer info? Segmentaaltherapie.nl (met o.a. de nieuwste therapeutische mogelijkheden)                 

Hardloopfiets

Rennen met low impact (Hardloopfiets)

Als Sportfysiotherapeut adviseer ik veel atleten. Dit om blessures te voorkomen, of om sneller te herstellen. Voor het snelle herstel van sporters adviseer ik naast adequate behandeling vaak ‘alternatieve’ bewegingsvormen, ook wel cross-training genoemd, niet te verwarren met de in de sportschool veel gebruikte cross-trainer, u weet wel dat cardio-apparaat waar je een soort langlauf beweging op maakt.

Alternatieven  voor ontlasting van de benen zijn o.a. aquajogging en fietsen, al dan niet met een ondersteunende brace. Veel blessures komen voor in de gewicht-dragende gewrichten en de omliggende spieren, pezen en fascies. Een achillespees is een veelvoorkomende blessure, maar ook de kuitspier en hamstringblessure en overbelasting rond de (pezen en banden) van knie, bekken en rug komen vaak voor. Echter de bekendste alternatieven, zoals aquajoggen of fietsen zijn bij lange na geen equivalent van het hardlopen. Daarom zocht ik naar therapeutisch verantwoorde alternatieve vormen van voortbeweging, waarbij het cardio-vasculaire aspect belangrijk is om de conditie op peil te houden, maar ook de loopbeweging zo goed mogelijk te imiteren om de daarvoor benodigde spieren optimaal in conditie te houden. Zo ging ik skiken. Skiken? Ja Skiken, dat is skating alsof je op een bike rijdt. Het zijn ‘rollerskates’ met luchtbanden voor en achter de voet, waarmee je een schaats beweging maakt. Cardiovasculair uitstekend, de impact op de gewrichten is ook beduidend minder dan bij hardlopen, maar coördinatief toch niet te vergelijken met hardlopen, het komt dichter bij biatlon of schaatsen, en is dus geen ‘equivalent’ van hardlopen.

Zo kwam ik op een cross-trainer , u weet wel… (zie boven), maar dan op een soort fiets zodat je ook in de buitenlucht kunt trainen. Ik deed onderzoek naar bestaande apparaten waarmee je een langlauf beweging op een fiets kon maken. Maar met een zo sterk mogelijk gelijkende beweging zoals bij het hardlopen, maar uiteraard zonder de zware impact op spieren en gewrichten. Maar ook uitdagend, voor de getrainde sporter! Ik vond eigenlijk maar 1 geschikte vorm van voortbewegen: De Elliptigo. Het is het enige apparaat waarbij de hardloopbeweging prima wordt geïmiteerd, zonder de zware impact op spieren en gewrichten. Na een week uitproberen was ik om. Dit is het ideale trainingsapparaat om de benen qua impact te ontzien (met name pezen, fascies, banden en kraakbeen) terwijl zowel cardio-vasculair als de spieren (contractiele delen daarvan) intensief worden gebruikt, overeenkomend met het (hard)looppatroon. Het is een ‘fiets’ waarop je hardloopt, maar qua cardiovasculariteit en impact op de geblesseerde onderdanen vergelijkbaar met een fiets. In de praktijk blijkt het een geweldig trainingsapparaat, ondanks de blessure kan je ‘voluit’ trainen, zonder al te veel conditieverlies. En het is nog leuk ook. Waar je ook komt, je krijgt aandacht vooral van sporters. . Revalideren was nog nooit zo leuk!

Achillespees

Een achillespees probleem, wat nu?

De kuitspieren (Gastrocnemius en Soleus) hebben een gezamenlijke pees die vastzit aan het hielbeen: De Achillespees. Deze spieren gebruik je maximaal tijdens de afzet, waarbij de spieren en pees op dat moment ook nog eens maximaal op rek staan (door voet en kniestrekking). Het is dus niet zo gek dat in de spieren (kuit) of in de achillespees (kleine) beschadigingen ontstaan na intensief sporten. Bij de eerste pijntjes kan je het trainingsschema aanpassen (minder intensief, minder explosief, minder omvang), ijsen na de training, rekkingsoefeningen (Regelmatig; 5x per dag, rustig, statisch) en evt. excentrische oefeningen. Soms kan een kleine hakverhoging (tijdelijk) verlichting bieden. Met name als de klachten ook ’s ochtends bij het opstaan aanwezig zijn, moet je bedacht zijn op een dreigende blessure door verklevingen of beschadiging van de collagene vezels in de pees. Als de klachten meerdere dagen aanhouden en niet verdwijnen ondanks deze maatregelen, dan kan het best de pees door middel van Echografisch onderzoek (inclusief kleurendoppler voor doorbloedingsonderzoek) worden onderzocht. Een achillespees beschadiging kan namelijk uit minstens 13 verschillende aandoeningen bestaan, de een minder ernstig dan de ander. Een beginnend scheurtje zal echter een andere aanpak nodig hebben dan een verkleving of een ‘tendinose’ (feitelijk onjuist ook peesontsteking genoemd). Enkele andere mogelijkheden zijn: een slijmbeurs ontsteking, een kalkhaardje, ‘peesschedeontsteking’, aanhechtingsbeschadiging (enthesiopathie, 4 vormen), fasciebeschadiging (peesblad om de spieren), verweking van de pees, littekenweefsel, botuitgroei (spurring, exostosen) etc. Bij al deze varianten lijken de klachten hetzelfde (pijn, ontsteking) maar hebben een verschillend behandelbeleid (zie ook: www.peesklacht.nl). Lang niet altijd is rust de juiste oplossing, de kans op littekenweefsel en verklevingen (en recidivering van de klachten) wordt dan alleen maar groter. Wel wordt vaak een aangepast trainingsprogramma geadviseerd.
Sterker, de ene behandeling kan bij een andere aandoening zelfs een verergerend effect hebben! Door de vele verschillende soorten aandoeningen aan de achillespees is het onmogelijk om hier een juiste therapiekeuze te beschrijven. De volgende therapieën kunnen, alleen na juiste diagnostiek, worden ingezet: Massage (o.a. fricties), Shock-Wave, Strassbourg Sock, intensief excentrisch rekken, voedingssupplementen ( o.a. Glucosamine, of natuurlijke ontstekingsremmers), Kantel(tril)plaat, krachttraining, compressiekousen, Taping, Bracing, Laser, Ultrageluid etc. Ook zal naar oorzakelijke factoren worden gezocht zoals: de trainingsopbouw, looppatroon, beperkingen van de spieren, gewrichten (ook de rug en het SI gewricht!), looppatroon, schoeisel, degeneratie pees, spronggewricht afwijkingen etc.
Nogmaals: de keuze van de juiste therapievorm kan alleen gemaakt worden na professioneel Echografisch onderzoek, inclusief kleurendoppler voor doorbloedingsonderzoek van de pees.

Optimaal trainen

Optimaal trainen

Om als duursporter optimaal te kunnen trainen dient een trainingsschema gevolgd te worden, dat zowel qua intensiteit als omvang perfect ‘op maat’ gesneden dient te zijn. Hoe komen we aan de basisgegevens om zo’n trainingsschema te kunnen maken? Tot de dag van vandaag worden deze gegevens uit ‘testen’ verkregen (wij zullen een beter alternatief bieden!)

Er zijn vele testen mogelijk die duursporters kunnen ondergaan. Het belangrijkste doel van testen was om te beoordelen of de trainingsprikkels het gewenste resultaat hadden, of beter andersom: met welke trainingsprikkels bereik je het beste resultaat! Maar leveren deze testen wel de gewenste gegevens op, en hoe betrouwbaar zijn deze? Een groot aantal testen (met vele varianten hierop) worden door sporters toegepast. O.a. VO2max testen, anaerobe drempeltesten, Respiratoire resten, omslagpunt berekeningen en lactaatmetingen zijn veelvuldig gebruikt. Maar wat kunnen we hiermee? Duidelijk is dat je aan een getal als de VO2 max weinig hebt, maar daaruit wel een relatie met bijv. de Hartfrequentie (HF) kunt afleiden. Ook lactaatmetingen laten hun relatie met bijv. de inspanning (snelheid) duidelijk zien.
Het zijn nu juist deze variabelen, Hartfrequentie en snelheid, die de basis vormen voor het interpreteren van (test-)wedstrijd resultaten, en daarvan afleidend de juiste trainingsbelasting.

Nadeel maximaaltesten
Omdat een maximaaltest belastend is (zowel voor getrainden, denk aan de regel van Foster), maar vooral ook voor slecht- ofongetrainden en zeker patiëntengroepen (hart- en longrevalidatie), zijn zgn. ‘sub-maximaaltesten’ erg populair. Nu zijn we al niet zo tevreden over de betrouwbaarheid van de verschillende testen, maar sub-maximaaltesten maken de verkregen testgegevens nog onbetrouwbaarder. Bij patiënten is er geen andere keuze, maar bij getrainde sporters is er uiteraard weinig bezwaar tegen maximaaltesten, zeker niet als deze gegevens uit een (test-) wedstrijd kunnen worden verkregen.

Waarom Wedstrijd gegevens analyseren?
Als we er vanuit gaan dat maximaaltesten niet in een training thuishoren, maar wel in een (test-) wedstrijd, dan zou het toch handig zijn om de wedstrijdprestaties te kunnen ‘vertalen’ (lees: omrekenen) naar eenheden als ‘optimale trainingssnelheid’, of ‘optimale trainingshartfrequentie’. Waarom zouden we niet een recent gelopen wedstrijd, mits onder normale omstandigheden gelopen, als uitgangspunt van onze berekeningen kunnen nemen?
Daarom hebben wij gegevens verzameld van een groot aantal onderzoekers, die de afgelopen tientallen jaren waarden hebben verzameld, zodat aan de hand van deze vele laboratoriumtesten een vergelijking kan worden gemaakt met hun wedstrijdresultaten. Er blijkt een duidelijke overeenkomst tussen de resultaten van de testen en de wedstrijdprestaties. Zo kan een wedstrijdresultaat worden omgerekend naar betrouwbare trainingsvariabelen, zoals de ‘Anaerobe drempel’(AD) behorend bij die afstand.

Op een langer en voornamelijk vlak parcours lijkt de eenheid ‘snelheid’(km/u) om de AD in uit te drukken de voorkeur te krijgen boven ‘HF’. Daarom zal meestal de snelheid de meest gebruikte maat zijn, eventueel omgerekend van km/u naar min/km waar sommige sporters (ook afhankelijk van het type sporthorloge) liever mee werken.

Samengevat ‘De keerzijde van het testen’:
We zien dus een viertal testen (VO2max test, Lactaatmeting, RQ meting en AD test) die onder laboratorium (gestandaardiseerde) omstandigheden moeten worden afgenomen, vaak erg belastend zijn (maximaaltest, bloedafname), vaak duur zijn en niet voor iedereen even betrouwbaar blijken te zijn. Er zijn echter in de loop der jaren veel van dergelijke testen afgenomen. Een vergelijking met de gemeten waarden en de praktijk kan dus nu opgemaakt worden. Op basis van deze grote groepen getallen kan worden vastgesteld dat het omrekenen van de Anaerobe Drempel waarden naar bereikte resultaten op een test of wedstrijd (Coopertest, 5 t/m 15 km wedstrijd) erg betrouwbaar bleken, niet alleen voor de grote roep testpersonen, maar ook voor de individuele sporter!

Besef je wel dat de wedstrijd representatief moet zijn (temperatuur, vochtigheid, parcours) en dat jouw omstandigheden ook gelijk moeten zijn (optimale voorbereiding op de wedstrijd, rust, voeding, getraindheid). Dan blijkt door middel van deze formules een maat voor conditie te ontstaan, die na controle met laboratoriumtesten zeer betrouwbaar zijn. We zien dat aan de hand van de wedstrijdresultaten een Wedstrijd grafiek wordt gemaakt, die op zijn beurt de basis vormt voor de Persoonlijke trainingstabellen, waarin o.a. de Anaerobe drempel snelheid (per afstand) een belangrijk trainingsgegeven is.

Waarom de ‘anaerobe drempel snelheid’ berekenen voor verschillende afstanden?
Uit de wetenschappelijke studies blijkt dat de VO2 max (maximale zuurstofopname), de anaerobe drempel en de lactaatconcentratie in het bloed afhankelijk zijn van de hartfrequentie en de loopsnelheid. Dan zal dus ook ook je zuurstofopnamevermogen op een 10km of marathon verschillen, want de hartfrequentie verschilt op die afstanden. Dus zal je de ‘ideale loopsnelheid’ ook per afstand moeten berekenen.

Waarom ‘verliezen’ we snelheid op grotere afstanden?
(met verlies bedoelen we hier vergeleken met kortere afstanden, dus niet tijdens een wedstrijd)
Er zijn een groot aantal ‘vermoeidheidsverschijnselen’ die optreden bij langere inspanningsduur. (Meer info: Verval regel) Omdat er ‘verval’ optreedt moet je ook een anaerobe drempel per afstand bepalen. Je zou dus kunnen stellen dat de berekende anaerobe drempel (uitgedrukt in km/u), dient te worden berekend voor iedere specifieke afstand afzonderlijk.

Wedstrijd Grafiek (WG)
Aan de hand van de Wedstrijd Grafiek kunnen berekeningen worden gemaakt, bijvoorbeeld ten aanzien van de Anaerobe Drempel (per afstand). Deze gegevens worden overzichtelijk gepresenteerd in de ‘Persoonlijke trainingstabellen”. Dus:

De gegevens uit de Wedstrijd Grafiek worden gebruikt om uw ‘Persoonlijke trainingstabellen’ te berekenen.

Meer informatie? Looppraktijk

Verklevingen (adhaesies)

Adhesies ofwel verklevingen

Wat zijn de kenmerken van adhesies ofwel verklevingen?
Het kenmerkende klachtenbeeld van een verkleving is dat de pees, spier en omliggend weefsel gevoelig is bij belasting, maar dan geleidelijk verdwijnt, maar na rust, bijv. de volgende ochtend, in alle hevigheid terugkomt en na enkele (tientallen) minuten geleidelijk weer minder wordt, en dat elke dag weer opnieuw.

Wat zijn adhesies ofwel verklevingen?
Ons lichaam bevat speciale lagen in de weefsels, fascia genoemd, die uit bindweefsel bestaan. Deze structuren verbinden alle weke delen zoals spieren, pezen, banden etc. in ons lichaam. De fascies zorgen voor een glijbeweging tussen de verschillende onderdelen en omvatten spieren en spiergroepen. De fascies zorgen ook voor steun en houden de spiergroepen bij elkaar. De fascies zijn onder normale omstandigheden glad en flexibel zodat spieren, zenuwen, bloedvaten en organen goed op hun plaats blijven. De verschillende weefsels moeten echter ook ‘wrijvingsloos’ langs elkaar kunnen bewegen, ook daar zorgen deze fascies voor. Ook bij de pezen worden de verschillende bundels en fibrillen gescheiden door bindweefsel (collageen type III) die zorgt voor optimaal glijden zonder teveel wrijving. Bij blessures kunnen verklevingen ontstaan, waardoor dit glijden wordt verstoord. Er ontstaan beschadigingen en (als gevolg van het natuurlijk herstel) littekenvorming met onderlinge (dwarse) verbindingen, die bij opnieuw bewegen weer opnieuw tot beschadiging leiden. Deze verklevingen kunnen ontstaan tussen alle ten opzichte van elkaar bewegende structuren zoals: de collagene vezels in de pees (zie kader), de peesschede, de fascies en de spieren. Deze verklevingen worden in de VS momenteel ‘microfibers’ genoemd, het wehalen van de verklevingen ‘microfiber reduction’.

Hoe ontstaan (overbelasting) blessures?
Spieren, banden, pezen, slijmbeurzen, peesschedes, fascies en pezen kunnen op de volgende manieren beschadigd raken:
1. acuut (verrekkingen, scheuren, kneuzingen etc.)
2. chronische kleine beschadigingen (microtraumata)
3. gebrek aan zuurstof, ook wel ‘chemische’ veranderingen genoemd (hypoxy, verzuring)

Behandeling:
De behandeling is mede afhankelijk van de factoren die een rol hebben gespeeld bij het ontstaan van de klachten.

Fysiotherapie
Zoals reeds eerder aangegeven is het stellen van de juiste (werk-)diagnose van groot belang. Zo kunnen scheurtjes tussen de fascies rond de spierbuik, tot lekken van bloed rondom de pees leiden en daar adhesievorming geven (zoals bij een ‘tenniskuit’). Ook een tendinose kan door adhesie tussen de in lengterichting verlopende collagene vezels tot dwarse verbindingen (cross-links) leiden, wat een vorm van adhesie is.

Kenmerkend voor de behandeling van adhesies zijn:
■ Verbreken cross-links, door tijdelijke overbelasting (training), rekkingsoefeningen of frictiebehandeling
■ Blijven bewegen (dagelijks meermalen oefenen!!), rust leidt immers tot meer verkleving en zelfs ‘verbindweefseling’.
■ Zorg dat de onderlinge structuren blijven bewegen, gerichte gedoseerde oefeningen, vibratietraining*
■ Zorg dat niet opnieuw verklevingen ontstaan, dus niet in ‘verkorte’ toestand brengen (nachtspalk, Achillespees: ’s nachts Strassburg Sock)
■ indien mogelijk: continue passieve beweging (CPM: vaak alleen in ziekenhuis omgeving mogelijk)
■ Zorg voor goede doorbloeding; gerichte oefeningen, ijsen, massage, fysiotherapeutische apparatuur (zoals ultrageluid, of stroomtherapie)
■ Eventueel antiflogistische behandeling (medicatie, zalfjes, ijsen)
■ Gedoseerd opvoeren (trainings-) belasting
■ Bij voorkeur een brace of elastische steunkous (compressiekous) om schuddingen en trekkrachten aan de fascies te verminderen
■ Bij tendinose i.c.m. verkleving, accent op excentrische oefeningen
■ Bij aanhoudende klachten geeft Shock-Wave therapie goede resultaten (zie ook: Shock-Wave)

Voor een uitgebreider overzicht van de behandelmogelijkheden verwijzen we naar de speciale website: peesklacht

Casussen

Casussen zijn voorbeelden van klachtenbeelden.
Dit is een aparte rubriek artikelen, waarin we een aantal praktijkvoorbeelden van bepaalde klachten onder de loupe nemen. In de rechter kolom ziet u een overzicht van (de meest recente) casussen.