Het ‘karrenspoor’

Het ‘Karrenspoor’

Een gewricht moet beweging mogelijk maken. De omliggende spieren zorgen voor beweging en stabiliteit in het gewricht. Het gewricht zelf bestaat doorgaans uit twee botstukken, bekleed met kraakbeen en een vloeistof ertussen die zowel voor ‘smering’ (verminderde wrijving) als voeding van het kraakbeen moet zorgen. Een gewricht wat niet beweegt (door inactiviteit of door vastzitten) gaat in kwaliteit achteruit. Het kraakbeen wordt kwalitatief slechter en de wrijving neemt toe, hij wordt stijver. En stijfheid leidt weer tot minder beweging en verdere afname van de voeding en dus de kwaliteit van kraakbeen, zodat een basis voor ‘slijtage’ ofwel artrose wordt gevormd. Een andere eis die het gewricht stelt is dat de beweging in het gewricht volgens een juist patroon wordt gevolgd. Bij de knieschijf die bij het buigen en strekken in een ‘richel’ van het bovenbeen beweegt is het belangrijk dat die knieschijf recht door die richel glijdt (‘goed spoort’). Bij bijvoorbeeld teveel naar buiten trekken van de knieschijf ontstaat ‘puntbelasting’ op het kraakbeen en beginnen klachten die, mits niet goed herkent, leiden tot ‘slijtage’. Een ander voorbeeld van ‘sporen’ is de beweging in het bekkengewricht, tussen de bekkenhelften en het heiligbeen, grofweg bij de kuiltjes in de overgang tussen uw lage rug en bekken. Deze gewrichten worden wel de SI-gewrichten genoemd. Toen ik ruim 30 jaar geleden in Zeewolde mijn praktijk begon waren de regionale orthopeden niet bekend, laat staan overtuigd van het belang van dit gewricht. Inmiddels is de beweging in dit gewricht bekend en geaccepteerd, maar nog steeds wordt het belang niet voldoende erkend. Waarschijnlijk mede omdat de beweging nooit zichtbaar is te maken met röntgenfoto’s of MRI en het voelen van de beweging in dit gewricht alleen door ‘experts’ is te beoordelen. Het SI gewricht heeft bij onze geboorte vrij ruwe kraakbeen oppervlakten. Door het bewegen (kruipen, lopen ect) ontstaat in de loop van onze jongste jaren een richel in het gewrichtsvlak, een soort ‘karrenspoor’. Door een verkeerde beweging (bukken, draaien) én spieren die op dát moment voldoende stabiliteit geven, kan het SI gewricht vast gaan zitten, zeg maar scheef in het ‘karrenspoor’. Een goede manueeltherapeut kan het SI gewricht weer ‘in het spoor’ brengen. Waarna de klachten doorgaans in drie behandelingen verdwijnen. Als dat niet gebeurt dan zal het verwrongen en geblokkeerde SI gewricht onherroepelijk leiden tot overbelasting van een bovenliggende tussenwervelschijf (wat tot een hernia kan leiden), chronisch rugpijn veroorzaken, of (vooral bij sporters) tot klachten in de romp en bovenbeenspieren (o.a. de hamstrings) leiden. Het behandelen van de spieren of zelfs ‘de rug’  alleen is niet zinvol als niet de oorzaak wordt weggehaald. Dit door los te laten maken, de juiste oefeningen te doen én meer te bewegen!

SI gewricht

Het SI gewricht

Wat is het SI gewricht? Dat zijn twee gewrichten tussen de bekkenhelften en het heiligbeen, grofweg herkenbaar aan de ‘kuiltjes’ in de overgang van rug naar bekken. De naam van het SI gewricht is afgeleid van de botten die het gewricht vormen, het heiligbeen (Sacrum) en het bekken (Ilium). Problemen met het SI gewricht wordt vaak niet (goed) gediagnostiseerd. Het (eenzijdig) vastzitten van het SI gewricht kan lokaal (lage rug) klachten geven, maar ook in de lies, bovenbeen, hamstrings, bilspier en zelfs het onderbeen en de voet. De functie van het SI-gewricht is vooral het toestaan van beweging tussen de bekkenhelften, bijvoorbeeld tijdens het lopen. Een groot deel van deze draaikrachten worden door het SI gewricht opgevangen. Als het SI gewricht (meestal aan 1 kant) vast zit ontstaat overbelasting en irritatie in gewricht, banden, maar ook ontstaat een andere bekkenstand (verwringing) en op den duur ontstaat overbelasting in de boven het heiligbeen gelegen lendenwervels die nu deze voor hen ‘vreemde’ krachten moeten opvangen. Niet zelden leidt dit weer tot lage rugklachten met mogelijk ook een tussenwervelschijf klachten (discopathie). Immers de tussenwervel is niet goed in staat deze steeds repeterende draaikrachten op te vangen. Lange tijd werd aangenomen dat het SI-gewricht onbeweeglijk genoemd kon worden. Dit komt omdat het gewricht slechts 3 graden meebeweegt bij het vooroverbuigen (totaal 140 graden), waarbij deze drie graden bewegingsverlies bij een beperking in de beweeglijkheid van het SI gewricht (‘blokkering’), niet als relevant werd beschouwd. Ten onrechte. Ofschoon niet altijd de pijn in het gewricht zelf wordt aangegeven, maar in de banden en spieren er omheen (bil- bovenbeen) kan een niet goede diagnose leiden tot aanhoudende klachten en chronische blessures. Dus bij chronische rug, bil of bovenbeenklachten… denk ook aan het SI gewricht!

Nek- en schouderklachten

Nek- en schouderklachten

Klachten aan de nek en schouder komen heel vaak voor. Soms lijken het alleen ‘de spieren’ en zal het ‘wel door overbelasting, de kou of stress komen’. Maar dat is vaak niet juist. Inderdaad kunnen de spieren ‘getriggerd’ worden door kou of stress. Maar misschien was de ‘emmer al vol’ door een andere factor en was ‘overbelasting’ slechts ‘de druppel’.  Deze factor kan een vastzittende (borst-)wervel zijn, een dreigende ‘hernia’ (discopathie), een ‘verschoven’ wervel of verkorte spieren etc. etc. Het is dus belangrijk een juiste diagnose te stellen en aan de hand daarvan kan dan een goed behandelplan (behandeling en oefeningen) worden gemaakt. Nu is één van de meest voorkomende factoren in het ontstaan van nek- en/ of schouderklachten het verminderd bewegen of ‘vastzitten’ van de borstwervels. De borstwervels zitten onder de halswervels, maar de bovenste 4 tot 5 borstwervels horen met de bewegingen van het hoofd met de nek mee te bewegen. Als deze wervels vastzitten ontstaat er toegenomen belasting op de onderste wél bewegende halswervels en dus klachten. Ook kan het vastzitten van de bovenste borstwervels leiden tot schouderklachten, omdat bij het optillen van de arm voor ongeveer een derde in de schouder zelf wordt bewogen, een derde van de beweging uit het glijden van het schouderblad komt en de laatste een-derde van de beweging uit het meebewegen van de borstwervels komt. Als deze vastzitten leidt dat ook tot overbelasting in de schouder, maar ook zal het vastzitten van de borstwervels via het zenuwstelsel kunnen leiden tot verminderde doorbloeding van de schouderspieren, waardoor de schouder nog eens extra kwetsbaar wordt. Afname van de kwaliteit van deze schouderspieren (en pees) is met een goede echografisch onderzoek (‘echo’) prima zichtbaar te maken. De derde factor, het schouderblad wordt ook negatief beïnvloed door de vastzittende wervels en kan bij iets teveel naar voren glijden leiden tot toename van de druk op de pees, dus nóg een factor die bijdraagt aan dezelfde blessure.  Als laatste kan het vastzitten van de bovenste wervels via reflexbanen leiden tot bijv. hoofdpijn, duizeligheid maar ook het overbelast raken of vastzitten van de bovenste halswervels. Dus nek- en schouderklachten komen vaak in de praktijk voor, maar de behandeling is afhankelijk van het onderzoek veelzijdig en de klachten kunnen gemakkelijk uitbreiden naar hoofd, schouder en armen.

Zwarte gorilla

Een van de kleurrijkste personen uit de moderne Nederlandse geschiedenis is ongetwijfeld Johan Cruijff. Meerdere legendarische uitspraken die soms niet juist lijken, maar bij nader inzien volkomen waar zijn komen uit zijn mond.  ‘Op een gegeven moment’ is een normale Nederlandse uitdrukking. In een taal waarin die uitdrukking niet bestaat (Spaans) krijgt het een lading dat vrij vertaald neerkomt op: ‘Op een moment dat God ons heeft gegeven’, met een veel zwaardere lading dus.

Zo was ik onlangs op een bijscholingscursus (Echografie), waar een filmpje werd vertoond (selective attention test, op YouTube). Je moest tellen hoe vaak het witte team de bal overspeelde. Door daarop te letten zag je niet dat een zwarte gorilla tijdens dit spel opdook en weer verdween. Je kijkt dan selectief naar het filmpje en mist daardoor andere informatie. Dit ter illustratie van het feit dat als je een echo, bijvoorbeeld van een pees, bestudeerd met in je achterhoofd bepaalde verwachtingen, je dingen over het hoofd kunt zien. Tijdens deze cursus waren zeker 4 vooraanstaande ‘specialisten’ op het gebied van echografie aanwezig. Na een uur hadden we vele echografische beelden van in dit geval een achillespees voorbij zien komen. Telkens werd de pathologie (afwijking) benoemd, maar in mijn ogen werd er steeds een element gemist. Op enkele afbeeldingen was wel een zwarte lijn op de grens tussen de achillespees en zijn omhulsel (peritendon) zichtbaar, op andere niet. Geen van de specialisten had dit opgemerkt, sterker nog, zij kenden de achterliggende gedachte hiervan niet. Kennelijk was dit hun ‘zwarte gorilla’. Ik legde uit dat ik in een team met professoren, orthopeden en patholoog anatomen hiernaar onderzoek had gedaan en een ’18 lamellig dikke structuur’ rond de achillespees had waargenomen (op de snijzaal) dat in sommige gevallen een ontsteking met verkleving zou kunnen geven. Op de echo herken je dit door het afwezig/wazig zijn van de zwarte band.  Je gaat het pas zien…

Shock Wave therapie

Eerder beschreef ik de absolute meerwaarde van goed echografisch onderzoek bij bepaalde (pees- of spier-) klachten en het kiezen van de juiste behandeling.

Een van die behandelvormen is Shock-Wave therapie. Wetenschappelijk onderzoek geeft bij ‘peesontstekingen’ onvoldoende behandelresultaat, maar bij bijv. een specifieke vorm, echografisch zichtbaar, de tendinose, hebben wij bijna 100% resultaat binnen een beperkt aantal behandelingen. Dit is ook uitgebreid wetenschappelijk gedocumenteerd. Ook bij klachten die al jaren bestaan, ook bij (top-)sporters!  Veel voorkomende tendinosen worden aangetroffen bij: de achillespees, het hielspoor, de tennis- en golferselleboog de kniepezen (infra-patellaire pees) en de schouder (o.a. de supraspinatus pees).

Wat is Shock-Wavetherapie?

Shock-wave wordt het eerst toegepast om (nier- en gal-) stenen te ‘vergruizen’. Later bleek dat Shock-wave invloed heeft op het normaliseren van het collageen. Collageen is het sterke weefsel in de spier die in grote mate de trekkracht van de pees bepaald. Bij chronische overbelasting of (micro) traumata kan de tendinose ontstaan. Ook hier moet goed naar oorzakelijke factoren worden gekeken, zo is bij de schouderklachten de beweeglijkheid van de borstwervels van bijzonder groot belang, zowel bio-mechanisch als neuro-reflectoir (invloed op bijv. het zenuwstelsel die op zijn beurt de doorbloeding en spierspanning bepaald!  Ook bij schouderklachten geldt dus dat naast echografisch onderzoek van de pezen rond de schouder ook (manueel-therapeutisch) onderzoek van bijv. de borstwervels noodzakelijk is!

We gaven al aan dat bij de juiste diagnose (bijv. tendinose) Shock-wave therapie  nagenoeg 100% resultaat geeft. Ook bij andere diagnoses kan Shock-wave waardevol zijn, denk daarbij ook aan calcificaties (‘kalkspatten’)  in de pees, of exostosen (botuitgroei in de pees). In dit laatste geval geven wij aan dat wetenschappelijk gezien in 50% van dergelijke gevallen optimaal resultaat is te verwachten. Wij scoren beduidend hoger, mede omdat wij door de goede beeldvorming ook andere behandelvormen adviseren, naast de Shock-Wave behandeling. Bijvoorbeeld de Strassborg Sock, of excentrische oefeningen. Ook hierbij geld: het succes van de behandeling wordt bepaald door de juiste diagnostiek!

Peesontsteking

Eerder schreef ik over de absolute meerwaarde van goed echografisch onderzoek bij bepaalde (pees- of spier-) klachten en het kiezen van de juiste behandeling.

Neem nu de ‘peesontsteking’. Die komt meer voor dan u denkt. De achillespees, kniepees, tenniselleboog, golferselleboog, hielspoor en de meeste schouderklachten blijken het gevolg van een ‘peesontsteking’ te zijn. Waarom ik ‘peesontsteking’ steeds tussen aanhalingstekens schrijf?  Feitelijk is dit een onjuiste benaming. Het betreft slechts zelden een echte ontsteking, maar als ingeburgerde diagnose blijven we het maar ‘peesontsteking’ noemen. Maar nader onderzoek is noodzakelijk om de juiste behandelvorm te kiezen. Minstens dertig (!) verschillende diagnoses, na echografisch onderzoek te stellen, kunnen de klacht nader specificeren. Zo is een ‘tendinose’, ‘peritendoneale adhesie’ of ‘partiële ruptuur’, bij het grote publiek minder bekend, zelfs bij vele fysiotherapeuten, maar o-zo noodzakelijk om een juiste behandelvorm te kiezen. Bij de ene diagnose  is bijvoorbeeld het excentrisch oefenen noodzakelijk terwijl bij de andere diagnose dit absoluut gecontra-indiceerd is en kan zelfs tot blijvend letsel leiden! De behandelvormen Shock-Wave, Strassborg sock, fricties, rekkingsoefeningen etc. zijn bij de ene juiste diagnose wel geïndiceerd en bij de andere juist niet! Waarom gebruiken dan niet alle fysiotherapeuten echografie? Het leren werken en vooral interpreteren van het beeldmateriaal is een vak op zich. Bovendien zijn de (goede) echografie apparaten erg duur en worden niet door zorgverzekeraars vergoedt (bij ons ‘gratis’ als onderdeel van de behandeling). Ook apparatuur als ShockWave wordt door de zorgverzekeraar niet vergoedt. De reden is dat wetenschappelijk gezien deze apparatuur niet is bewezen. U begrijpt dat als niet eerst de juiste diagnose wordt gesteld het zelfs een verkeerde behandeling zou kunnen zijn! Gericht wetenschappelijk onderzoek bewijst het tegendeel!  Zo is de ene behandeling bij de ene ‘peesontsteking’ wel waardevol, bij de andere ‘peesontsteking’ gecontra-indiceerd!  Logisch dat er dan geen duidelijk beleid mogelijk is bij de ‘peesontsteking’. Althans niet zonder Echografisch onderzoek.

kraken? Kraakhelder!

In de Stentor verscheen onlangs een artikel dat aangaf dat het ‘Kraken’ van de halswervelkolom door manueeltherapeuten door de NVMT als ‘gevaarlijk’ wordt beschouwd.

De NVMT (Nederlandse Vereniging Manueel Therapeuten) is de vertegenwoordigende vereniging van zeven (!) verschillende opleidingsinstituten in Nederland. Even terug naar het begin: Dr. Frits Philips (u weet we van…) startte een onderzoekscentrum in Eindhoven, waarbij in eerste instantie de gevaren van ‘manuele therapie’ werden onderzocht. Er werd onderzoek gedaan naar de handelswijze van chiropractoren, osteopaten en andere internationale ‘krakers’. Een van de professoren (Oostendorp), schreef in een boek welk gevaar bestond bij manipulaties aan de nek op bijvoorbeeld een bloedvat in de nek die de hersenen van bloed/zuurstof voorziet. Het onderzoekscentrum werd een opleidingsinstituut, in de volksmond ‘Eindhoven’ genoemd (nu ‘SOMT’). Ik mocht deel uitmaken van dit opleidingsinstituut, waarbij vooral op gevaren werd gewezen, maar ook hoe risico te voorkomen (onderzoek en alternatieve handgrepen).

Echter.. er ontstonden meerdere stromingen (helaas ook manuele therapie genoemd, maar met een totaal andere achtergrond) die om ‘gezamenlijk sterk’ te staan zich hebben verenigd in de NVMT. Feit is echter dat er zeer uiteenlopend praktiserend manueeltherapeuten rondlopen. Ook manueeltherapeuten die technieken gebruiken die anderen bewust niet gebruiken omdat ze ‘risicovol’ zijn. Maar om nu alle manuele therapie af te raden, gaat te ver. Immers er is al lang bekend dat bepaalde technieken zeer risicovol zijn (rotatietechnieken, ook veel toegepast in actiefilms om een tegenstander snel uit te schakelen). Ik mocht persoonlijk tijdens een groot manuele therapiecongres voor een zaal met honderden manueeltherapeuten een onderzoek doen bij een echte patiënt met ernstig nekletsel en daardoor verlammingen/spasmen aan de benen. Op de vraag welke therapie ik zou geven antwoordde ik: ‘geen’, waarop de docent de patiënt tientallen centimeters aan zijn hoofd over de behandeltafel trok om aan te geven dat deze (tractie) techniek veilig was. Oke, een extreem voorbeeld, maar waar gebeurd. Een goede manueeltherapeut zal na gedegen onderzoek, altijd voor relatief milde en veilige manipulatietechnieken kiezen. Jammer dat het ‘publiek’ niet kan weten wie een goede manueeltherapeut is. Dát mag het NVMT zichzelf aanrekenen!

Schaadt overdaad

 Schaadt Overdaad?

Piet* is politieagent. Hij is aangesloten bij een atletiekvereniging om zijn conditie op peil te houden. Ik vertel hem dat je na het sporten moet drinken, water of evt. een isotone sportdrank. ‘Waar staat dat dan..’ zegt Piet. Hij vraagt nog net niet welk artikel van het burgerlijk wetboek dat is. Ik zeg ; ‘in ieder fysiologieboek’, oh.. zegt hij, kennelijk niet meer in een staat van verdediging, maar dat geldt toch alleen voor wedstrijden of als het erg warm is? Nee Piet, je zweet de hele dag, ook in rust. Dus moet je ook in rust voldoende drinken. Anderhalve liter per dag! Maar… zelfs bij sporten onder koude omstandigheden verlies je vocht en elektrolyten (mineralen als zouten, natrium, kalium., magnesium etc.) dus moet je in ieder geval water drinken, maar na een lange, pittige training ook wat mineralen etc. Het liefst in isotone vorm, want de bij deze club aanwezige energiedranken zijn teveel van het goede, te zoet, teveel koolhydraten en worden nog eens slechter opgenomen ook. Dus isotone sportdrank! ‘Koffie is lekkerder’… Ja zeg ik, beginnend aan mijn kopje koffie, nadat ik mijn flesje isotone sportdrank had leeggedronken.

Heeft voorlichting of waarschuwen nog wel effect? Het effect van ‘vieze’ plaatjes op sigaretten is ook wel uitgewerkt, dus worden waarschuwingen nog wel serieus genomen als overal maar voor wordt gewaarschuwd? Daarom staat ook het ‘weer-alarm’ ter discussie. Teveel waarschuwen werkt averechts. En we worden al gewaarschuwd, voor griep (prik), overgewicht, lichaamsbeweging, vreselijke ziekten, inbrekers, oorlogsdreigingen, economische ontwikkelingen etc. Ontstaat er dan niet een soort ‘overkill’ waardoor we eigenlijk een beetje moe of immuun worden voor dit soort berichten? Nee, we kunnen ons niet genoeg bewust zijn van onze gezondheid. Gezond eten, bewegen, en dus ook (water) drinken, het hoort bij de berichten die we moeten blijven uitzenden. Want onze gezondheid is daarvan afhankelijk! Bewegen moet, dus drinken ook!  Zie ook: Voedingscentrum.nl/drinken, van de overheid, dus van ons, net als Piet.

Bewegings-apparaat

Onder bewegings-apparaat verstaan we het samenspel van spieren, pezen en gewrichten. Want bij het bewegingsapparaat leven ‘het bieden van stabiliteit’ (hoe steviger hoe beter) en ‘het toestaan van beweging’ (hoe soepeler hoe beter), op gespannen voet met elkaar. Bij klachten aan het bewegingsapparaat wordt de beeldvorming zoals een röntgenfoto of MRI als ‘gouden standaard’ beschouwd. Dat is echter slechts voor een beperkt aantal aandoeningen terecht, zoals bij de verdenking op een botbreuk. Maar wat deze beeldvormende technieken niet laten zien is… beweging! Alleen een goede onderzoeker die het ‘in zijn vingers’ heeft, zal bij een onderzoek heel exact beweging kunnen vaststellen, maar ook de kwaliteit van de beweging; verloopt de beweging in de goede richting?, vindt er ‘nevenbeweging’ plaats?, hoe is het ‘eindgevoel’?, hoe is de kwaliteit van het kraakbeen?, kortom wat is de kwaliteit van het bewegen van een gewricht? Dit onderzoek is noodzakelijk en onderscheidend van beeldvormende technieken in bijvoorbeeld blokkeringen van een gewricht (bijv. het SI gewricht). Ook een discopathie, zeg maar het voorstadium van een ‘hernia’, is handmatig te beoordelen (o.a. de verhouding tussen de rotatiecomponent en de translatiecomponent). Het voelen van de exacte bewegingen tussen, en de stand van, de wervels is alleen ‘handmatig’ vast te stellen. Het beoordelen van het ‘spierspel’ rondom een (wervel) gewricht is te voelen tijdens beweging. Ook het ‘opstropen’ van de spier of pees in een schoudergewricht bij het heffen van de arm is goed te voelen, hoewel echografie hierbij een positieve uitzondering is , want tijdens de beweging is met een goede echo te zien hoe de ‘kop in de kom’ beweegt. In ál deze voorbeelden is de beeldvorming middels röntgen of MRI niet van meerwaarde boven, maar zelfs ondergeschikt aan een goed handmatig onderzoek door een ervaren gespecialiseerd deskundige. En alleen dán is een goede diagnose mogelijk, En alleen dán is goede behandeling mogelijk!

Master puntenklassement?

Bij duursport wedstrijden (hardlopen, fietsen, zwemmen etc.) gaat het erom wie de snelste is. Bij hardloopwedstrijden zijn er ook vaak leeftijdsklassen. Prima! Maar als je dan prijzen uitreikt aan winnaars per leeftijdscategorie ontstaan enkele ‘oneerlijke’ verschillen. Ten eerste is de indeling in klassen arbitrair, 30-40 jaar, 50+, 35-45 jaar? En de grenzen van de klassen zijn arbitrair en oneerlijk door toch grote leeftijdsverschillen. Of als je de enige 70+ -er bent die meedoet. Altijd, of geen prijs?  Tóch pleit ik voor het honoreren en memoreren van een oudere die een zeer prima prestatie heeft geleverd. Ik pleit daarom voor én 1 klassement gebaseerd op tijd met de snelste, tweede, derde etc én een puntenklassement waarin degene met de meeste punten gebaseerd op tijd in relatie tot zijn leeftijd. Dergelijke berekeningen zijn, met de juiste algoritmen, eenvoudig te maken. De punten worden gerelateerd aan het ‘wereldrecord’ dat op díe specifieke leeftijd een 100% score geeft. In het ‘masterklassement’ zal diegene met het hoogste aantal punten (dus het hoogste percentage gebaseerd op leeftijd) winnaar zijn.

Een voorbeeld: Een man van 61 jaar loopt de 10 km in 44 minuten. De snelste 61 jarige (wereldwijd) liep een tijd van 33 minuten, dit is 100% ofwel 100 punten. Onze loper verdient dan 75 punten (33/44). Als hij de meeste punten in die wedstrijd heeft is hij de winnaar van het ‘masterklassement’. Er zijn dus twee klassementen en iedereen weet zijn tijd én het aantal punten. Dat is ook leuk voor de jongeren, want ze krijgen ook nog een ‘cijfer’, waarmee je je met andere wedstrijdlopers (land, regio, club) én de wereldtop kan vergelijken. Een zeer groot bijkomend voordeel is dat iedereen zijn verbetering kan zien. Het is immers onmogelijk om steeds weer een persoonlijk record te lopen, maar een hoger persoonlijk punten record ook op toenemende leeftijd is weldegelijk mogelijk! En zo kan je ook nog eens je prestaties per afstand vergelijken. Zo kan je bijvoorbeeld 80 punten hebben op de 5 kilometer en ‘maar’ 75 punten op de 10 km. Eerlijk én motiverend, voor jong en oud! Wie pakt dit idee op? Wedstrijdorganisatoren? Atletiekunie? Mondiaal?